Alek Et Les Japonaises

Eigen Beheer
Alek Et Les Japonaises

Het Belgische Alek et Les Japonaises levert met 'Cuillère' hun lang verwachte debuut af. De groep stond vorig jaar nog in de finale van le concours musique à la française, een talentenjacht ondersteund door de Franse gemeenschap. Het schijfje heeft voor de ruimdenkende liefhebbers van zowel dance als worldmusic vier songs in de aanbieding, die een mooie staalkaart bieden van hun "electropical music".



Dat is een wat vage term voor muziek die ontelbare invloeden bevat. De sound is geïnjecteerd met het beste uit oost en west, van kitsch tot synthpop en van electro tot bossa nova. De groep is namelijk een project van Alek Boff en Maï Ogawa en dat zorgt voor een muzikale cocktail met een onvervalste Japanse toets.

Ludieke teksten en dito muziek is wat we in opener Kareni Muchu krijgen. Zelf situeert de band zich graag tussen dadaïsme en surrealisme, maar toch klinkt alles een beetje onvolwassen. Vooral muzikaal is de sound nogal vlak en monotoon. Daar doet het knullige tweede nummer Ki Ki Ki natuurlijk niet veel goeds aan. De catchy samenzang kan hieraan weinig veranderen. Er wordt overigens zowel in het Frans als in het Japans, Portugees en Nederlands gezongen, wat de nummers een apart sfeertje geeft.

In de laatste twee songs tapt de band gelukkig uit een ander vaatje. In Jaisalmer horen we een muzikale caleidoscoop met exotische gitaarklanken en een leuke beat die ondersteund wordt door prima vocaal werk. Het is echter vooral het afsluitende Kawasaki dat een mooi visitekaartje vormt voor de groep. Hier komt net op tijd de muzikale kruisbestuiving tussen verschillende genres uit de verf zoals het hoort. Spijtig dat het hele album wat geplaagd wordt door een matte productie, waardoor de verschillende instrumenten niet altijd even krachtig doorklinken.

Eind juli speelt de band in Japan en daarna staan Frankrijk en België op het menu. Ze zijn pas sinds eind 2007 actief, ze hebben hun start dus duidelijk niet gemist. Toch bewijst 'Cuillère' dat er nog een behoorlijke groeimarge is. Daarbij vormen een helderder geluid, betere songstructuren en meer muzikale body in de nummers de belangrijkste uitdagingen. Opvallen doet het olijke ensemble sowieso, maar hopelijk bewijzen ze op hun volgende plaat ook dat ze meer zijn dan een bizar tussendoortje.


11 augustus 2009
Olivier Constant