World Party - 'Goodbye Jumbo' (1990)

Hoesbui

Het is het eerste dat je ziet, als je een plaat koopt: de hoes. Of – in het Engels klinkt het altijd iets gewichtiger – het artwork. Te vaak gaan we voorbij aan de aantrekkingskracht die een album- of singlehoes kan hebben. Vraag maar aan New Order die in Peter Saville een geknipt kunstenaar vonden en daarmee op zich al deden uitkijken naar de volgende release van de band.

Heeft u dat ook? Dat, als je met de hoofdtelefoon een plaat aan het beluisteren bent, dat je de tijd neemt om de hoes ervan te bekijken? Dan is het een genot om een plaat als deze van World Party voor de kiezen te krijgen. Niet alleen het centrale beeld is intrigerend, je hebt ook nog eens alle prullaria aan de zijkant, waar je jezelf in kan verliezen. Of zoals Karl Wallinger het zelf zegt: “The cover is like a chocolate box. You want to pick all the things up and play with them, taste everything. You want to pick up the vitamin bottle and take them all”.

Het ontwerp van dit artwork ontspruitte uit het hoofd van frontman van de band Karl Wallinger, toen hij een foto zag van Tim Buckley met een gasmasker in de smog van Los Angeles (op de hoes van 'Greetings from L.A.'). Dat u het thema van de songs en dus ook van de hoes moet gaan zoeken in de bedreiging van het milieu.

De oren werden gemaakt door Edward Durdey. En ook daarin zitten nogal wat symbolen verstopt. Er zijn de gouden containertjes, waarin dromen of de ziel werd bewaard; er zijn de gordijnkoorden aan de uiteindes, een idee dat Durdey had meegebracht van een reis uit India, waar hij dit had gezien bij getrainde dieren. En dan is er nog de positie van de oren, hetgeen betekent dat een olifant bedreigd wordt en mogelijk kan aanvallen, een beetje zoals het milieu.

Het gasmasker werd zo ook meteen de slurf van de olifant en gaf Wallinger meteen de gelegenheid om zijn punt te maken: “It's also a symbol of green politics because we're all aware of the environment. And on the cover, because I've got the mask on, I'm in danger”.

De foto werd gemaakt in de studio met een geschilderde, helblauwe luchta als achtergrond. De wolken geven het idee van perspectief. De olifantenoren werden op een stelling geplaatst, waarna Wallinger zich ertussen moest wringen.

Het kader rond de centrale foto was een idee van Stephanie Nash van de Michael Nash Foundation. De objecten zijn niet willekeurig, maar stellen de songs van het album voor. Wallinger voegde er later nog een aantal persoonlijke stukken aan toe. De afbeeldingen komen uit verschillende catalogi, en uiteindelijk werd de hoes later nog opnieuw afgedrukt, omdat een aantal van de zaken verwijderd moesten worden.

9 juni 2019
Patrick Van Gestel