Rudolf Hecke - 'Parcours Gainsbourg'

Wiki
Rudolf Hecke - 'Parcours Gainsbourg'

“C’est notre Baudelaire, notre Apollinaire… Il éleva la chanson à la catégorie d’art.” Aan het woord is François Mitterand, president van Frankrijk, naar aanleiding van de dood van Serge Gainsbourg in 1991.

De accolades waarmee Mitterand Gainsbourg overlaadde, zijn geenszins overdreven. Die mening deelt ook Rudolf Hecke, in een vorig leven bekend dankzij Pop In Wonderland. Nadat hij in 1985 oog in oog stond met het fenomeen, raakte Hecke in de ban van Gainsbourg. Een eerste wapenfeit dat van die passie getuigt, is zijn biografie ‘Gainsbourg’ uit 2012, met foto’s van Herman Selleslags.

Vijf jaar later komt Hecke aanzetten met nieuw werk over zijn idool. In ‘Parcours Gainsbourg’ belicht hij opnieuw diens leven, maar vanuit een andere invalshoek. Op basis van getuigenissen van familie, vrienden en kennissen, stelt hij Gainsbourgs levensloop op aan de hand van de plaatsen, die hij bezocht, en de mensen, die hij gekend heeft.

Geen klassieke biografie dus, maar een aaneenrijging van anekdotes, in grote lijnen chronologisch maar vaak ook gebundeld volgens thema. Zo leren we in het begin van het boek hoe de kleine Lucien Ginsburg – de naam op Serges paspoort – geconfronteerd wordt met zijn eigen toekomst, wanneer hij op de terugweg van school de vergane glorie Fréhel, duidelijk onder invloed van drank en cocaïne, tegen het lijf loopt.

We maken kennis met de appartementen, die het gezin Ginsburg betrekt in Parijs, en met het plattelandsdorpje waar ze tijdens de oorlog onderduiken. We zien hoe de tienjarige Lucien op het strand wordt afgewezen door een meisje, hoe dat zijn zelfvertrouwen een knauw geeft die hij nooit te boven zal komen en hoe dat zijn misogynie in de hand werkt. Hoe een jonge Lucien bedelt naar baantjes als zanger of pianist in bars en casino’s, nadat hij beseft dat hij niet genoeg talent heeft om het als schilder te maken. Ook het feit dat hij gefaald heeft in de “art majeur” zal altijd aan hem blijven knagen.

De weg naar het succes is lang voor Gainsbourg. De nummers, die hij voor anderen schrijft, blijken steevast successen. Denk maar aan Poupée De Cire, Poupée De Son, waarmee France Gall in 1965 het Eurovisie Songfestival wint. Zijn eigen platen worden door critici lovend onthaalt, maar er is niemand die ze koopt. Zijn concerten worden door de pers en het publiek afgekraakt: Serge heeft last van verlammende podiumvrees en brengt stamelende en mompelende versies van zijn prachtsongs.

We zien Serge, de playboy, die zich na twee mislukte huwelijken met overtuiging stort op de veelwijverij. Dankzij tips van Jacques Brel, godbetert. Hoe hij drie zalige maanden deelt met Brigitte Bardot, voordat hun relatie de pers haalt en zij door haar echtgenoot wordt teruggefloten. Serge blijkt daarna in eerste instantie niets te moeten weten van de piepjonge Jane Birkin, waar hij later halsoverkop voor valt.

Hij treedt uit de marginaliteit dankzij de schandaalhit Je T’Aime ... Moi Non Plus, maar breekt pas echt helemaal door dankzij het reggaealbum ‘Aux Armes Et Caetera’. En hoe beter het Gainsbourg vergaat op professioneel vlak, des te sterker gaat zijn zelfdestructieve kant opspelen. Jane verlaat hem, hij verliest zich steeds meer in drank, Gitanes en vrouwen en haalt de heroïneverslaafde Caroline ‘Bambou’ von Paulus in huis.

Hecke doet geen enkele moeite om de kleine kantjes van Gainsbourg aan te halen, maar blijft hem desondanks met respect behandelen. In zijn laatste jaren trekt alter ego Gainsbarre de lakens steeds meer naar zich toe. Serge speelt het spelletje van de media meesterlijk mee. Als zij een oude, dronken geilaard in hem zien, geeft hij hen die. Maar wie hem echt kent, weet dat het slechts een rolletje is.

Zonder toegiften te willen doen, blijft Gainsbourg zijn leven tot het uiterste drijven. Ook al beseft hij begin jaren zeventig, bij zijn eerste hartaanval, al dat zijn levensstijl hem zuur zal opbreken. Daarom blijft hij vandaag ook tot de verbeelding spreken. Serge Gainsbourg is een muzikaal genie en een fenomenaal schrijver die zich op ieder moment omringd wil weten door schoonheid. Iemand die alles uit het leven wilt halen, al betekent dat zijn ondergang.

“Show me a hero, and I’ll write you a tragedy”, zei F. Scott Fitzgerald. Gainsbourg lijkt uit de Griekse mythologie te zijn weggelopen. Abnormaal begaafd, spartelt hij zich door allerlei hachelijke avonturen, bereikt hij de hoogste pieken en zakt hij af in de diepste dalen, om uiteindelijke te vroeg te sterven; wat hijzelf en de hele wereld al lang zagen aankomen.

Hecke vertelt dit verhaal op een aanstekelijke manier. Je wilt zijn parcours afleggen, alle plaatsen in Parijs, maar ook in Brussel en Luik, waar hij is geweest, gaan bezoeken. Bovendien geeft hij na zijn hoofdstukken luistertips mee, met de nummers die hij in de anekdotes aanhaalt (we hebben er voor uw gemak een playlist van gemaakt). Het boek bevat nog een aantal schoonheidsfoutjes, data en namen die soms in de soep draaien, maar voor de Gainsbourgfan is het een haast onuitputtelijke bron van plezier.

(Uitgeverij EPO)


2 juni 2017
Andreas Hooftman