Prog round-up

Achtergrond

Omdat de vloedgolf aan nieuwe progressieve releases niet te stuiten is, presenteren we nu en dan een round-up van platen die anders niet aan bod zouden komen.





Galahad: 'When Worlds Collide' (Avalon Records). Neen, we zijn de dertigste verjaardag van de Engelse band niet vergeten. De heren zelf trouwens ook niet, want de dubbelaar ‘When Worlds Collide’ is een retrospectieve met een twist. Dat betekent dat van de negentien tracks er tien uit de vroege jaren opnieuw opgenomen werden, soms met nieuwe arrangementen. Op de oude platen mankeerde het weleens aan een goede productie, maar dat euvel is nu verholpen. Songs als Chamber Of Horrors, Room 801, Sleepers en Richelieu’s Prayer hebben een grondige make-over ondergaan en klinken beter dan ooit tevoren. Voor wie nieuw is met Galahad, is dit een ideale introductie. Wie geen neofiet is, kan nogmaals ontdekken hoe vooruitstrevend deze – vaak als neoprog beschouwde – groep werkelijk is.

Moraz Alban Project: ‘MAP’ (eigen beheer). Telkens als Patrick Moraz met nieuwe muziek op de proppen komt, vindt hij bij ons een gewillig oor. Dat heeft de Zwitserse toetsenist te danken aan de reputatie die hij in de seventies vestigde met Refugee en vooral YES (het album ‘Relayer’), en daarna zijn bewogen periode met The Moody Blues. Ook maakte Moraz al in 1976 het soloalbum ‘The Story Of I’ met zestien Braziliaanse percussionisten, en die invloeden uit de wereldmuziek herkennen we opnieuw op ‘MAP’.  Vandaag klinkt Moraz nog maar als een schim van wat hij vroeger kon. Dat blijkt vooral aan zijn sparring partner Greg Alban te liggen. De drummer vroeg Moraz om muziek te schrijven en te arrangeren die hij kon/wilde (?) spelen. Uit niks blijkt enige bevlogenheid vanwege de Amerikaan. Het resultaat stelt op alle vlakken teleur.

The Aaron Clift Experiment: ‘Outer Light, Inner Darkness’ (eigen beheer). Tweede schijf van dit ensemble uit het Texaanse Austin dat de gesofistikeerdheid van klassieke muziek met de kracht van rock probeert te fuseren. Het werd een conceptalbum over dualiteit: licht versus donker, individu versus groep, hoop tegenover wanhoop. Culmineert in Bathed In Moonlight, een song waarin de mensheid leert om beide zijden van de albumtitel te omarmen en er één mee te worden. In tegenstelling tot het debuut ‘Lonely Hills’, waarin zanger en toetsenist het hele proces van schrijven en opnemen op zich nam, zijn de songwriting en het arrangeren een gedeelde oefening geworden met gitarist Eric Gutierrez, bassist Devin North en drummer Joe Resnick. Behoort tot de typisch Amerikaanse tak van prog met nadruk op melodie, maar verwacht geen originele insteek in het genre. 

Sebas Honing: ‘The Big Shift’ (FREIA Music). Het is hem toch nog gelukt om een degelijke plaat uit te brengen, deze Sebas Honing. Een conceptalbum zelfs, maar muzikaal proevend van diverse walletjes (metal, rock, prog, pop). De grote verandering waarvan sprake slaat op Sebas’ eigen leven: het ouderlijke huis verlaten, met angsten worstelen, de geboorte van hun dochter. Echtgenote en zangeres Petra Honing leidt alles in emotionele banen. Drummer Christiaan Bruin kennen we van Sky Architect en zijn soloproject Chris. Zoals steeds bij Honing een taaie brok muziek, maar divers genoeg om erdoorheen te komen.

Golden Caves: ‘Bring Me to the Water’ (FREIA Music). Opvallend mature nieuwkomer in de nederprog. De vijf bandleden studeerden aan de Codarts Kunsthogeschool van Rotterdam. Thematisch is er een sterke link met de natuur. Door diverse invloeden komt de groep tot een mix van progressieve en alternatieve elementen. Deze ep met zeven songs tussen de vier en zes minuten zegt ons dat we deze jongens en meisjes in de gaten moeten houden.

Slivovitz: ‘All You Can Eat’ (Moonjune Records). Meesters van de “progressieve gypsy eclectische jazz” uit Napels. Het septet verzet de bakens van de moderne jazzrock in het post-Zappa-tijdperk. De titel slaat zowel op de bandvisie op de excessieve, Amerikaanse cultuur als op hun virtuoze ensemblespel. Verwacht je aan complexe arrangementen en dramatische verschuivingen en overgangen. Een interessante juxtapositie van gitaar/bas/drums met viool, sax, trompet en harmonica. Niet voor gevoelige luisteraars. Een “acquired taste”, maar het absoluut waard om de moeite te doen. 

Crystal Palace: ‘Dawn Of Eternity’ (Gentle Art Of Music). De Berlijners schroeven de agressiviteitsgraad van vorig album ‘The System of Events’ terug en klinken nu als een moderne progband met meer precisie in het arrangeren. De transitie op ‘Dawn Of Eternity’ verloopt echter niet zoals gehoopt. De meeste songs pieken nauwelijks. Alleen Any Colour You Need heeft voldoende emotionele zeggingskracht, wat niet mag verbazen wegens het persoonlijker karakter – de song werd opgedragen aan vorige drummer Frank Brennekam.

10 augustus 2016
Christoph Lintermans