Pig Destroyer - Power In The Yard

Achtergrond

‘Prowler In The Yard’ van het Amerikaanse Pig Destroyer strijdt inmiddels al vijftien jaar met het twee keer zou oude ‘Scum’ van Napalm Death als klassieker binnen het grindcoregenre. Om dat extra in de verf te zetten, brengt de band zijn spraakmakend debuut opnieuw uit in gelimiteerde oplage, zowel met de originele plaat als volledig - naar hedendaagse normen - geremixt.





Wat dit werk van Pig Destroyer van meet af aan zo indrukwekkend maakte, was een insteek als conceptalbum. Centraal staan de zieke fantasieën van een stalker die geparkeerd staat voor het huis van zijn ex-vriendin. Wetende dat de plaat begint met de frase: “Semen tastes like gunmetal she said smiling” (Cheerleader Corpses), zijn die gedachten alles behalve fraai. En al helemaal na een wat verwarrende, gesproken introductietekst die geleend is van het nummer Jennifer van op Eurythmics’ cultplaat ‘Sweet Dreams’.

Wat volgt is een plaat van zomaar eventjes eenentwintig tracks of flarden van tracks waarvan een handvol zelfs de minuut niet haalt en waarin het tempo zijn gelijke niet kent. Een furieuze orkaan van extreme brutaliteit vertolkt zich in monolieten van songs die soms in hun eigen woestenij verdrinken. De wazige gitaar van Scott Hull die zo snel wordt aangeslagen dat een massieve geluidsmuur ontstaat. De exploderende drums van stichtend lid John Evans, waarbij de dubbele baspedaal als een mitrailleur ratelt, lijken een oefening om ter snelst stampen. En daar probeert de tierende frontman J.R. Hayes met zijn geschreeuw bovenuit te steken, ondanks het feit dat producer en stichter van het Relapse-label, Matthew F. Jacobson, hem erg diep in de mix heeft gestoken.

Ondanks wat flarden elektronica en een paar overdubs van tweede zang- of gitaarpartijen, is dit album destijds in de kelder op een achtsporenrecorder opgenomen; en dat is merkbaar. Songs als Trojan Whore of Intimate Slavery klinken niet enkel erg rauw, maar nemen ook even gas terug om wat later nog grimmiger dan voorheen te snijden. In Sheet Metal Girl wordt gegoocheld met hakkende metalriffs en schuift het gezelschap zelfs even op richting breakcore, alsof Pantera door demonen bejaagd wordt. Die vertraging geeft de gitaar van Hull dan weer de nodige ruimte om als een kettingzaag te klagen in een zware, lange doomsong als Starbelly.

Dat noodzakelijke inzicht in goede songstructuren, die op het eerste gehoor enkel maar furieuze uitspattingen lijken, is gelukkig ook op de herwerkte plaat overeind gebleven. In zijn nieuwe remixversie krijgt het dertig seconden durende Tickets To The Car Crash nog wat extra klemtonen op de fladderende snaredrum en wegdraaiende stemsamples mee, maar verder wordt het aantal industriële injecties beperkt.

Wie er nog aan mocht twijfelen, wordt bij deze even opgefrist: Pig Destroyers eerste langspeler is nog steeds een destructief kunstwerk. Liefhebbers kunnen nagaan hoe de band vandaag zijn vijftien jaar oude songs interpreteert en opfrist. De ene keer schuurt het wat meer of minder, de andere keer klinkt het – voor zover mogelijk - nog wat feller en furieuzer. Maar het echt naast elkaar leggen van beide werken is kost voor overwinnaars. Hou het gerust gewoon bij het origineel.

15 september 2015
Johan Giglot