Paul McCartney: pensioen voor gevorderden

Achtergrond

Paul McCartney heeft zijn rechtmatige plaats aan de top van de wereld weer opgeëist. "The Cute One" kreeg het na de split van The Beatles hard te verduren. Het feit dat hij met zijn schoonvader en -broer als managers in zee wilde gaan, in plaats van met de gehaaide Allen Klein, werd Macca door de drie anderen zwaar aangerekend.





Ook daarna bleven de bitsige opmerkingen over de zogenaamde tiran McCartney komen. John Lennon noemde hem een egomaan in zijn beruchte Playboy interview en George Harrison beweerde dat Paul hem “voor altijd had verpest als gitarist.” Zelf deed hij ook weinig moeite om zieltjes voor zich te winnen. Paul keerde het rock-‘n-rollbestaan de rug toe en trok zich met zijn gezin terug in Schotland. Zijn bizarre reactie op de dood van Lennon deed hem ook niet bepaald sympathieker overkomen.

Gelukkig was er nog steeds de muziek. Terwijl hij in de jaren zeventig en tachtig nog steeds gigantische hits scoorde – solo, met Wings of in gelegenheidsduetten – werd Macca door de critici verguisd als niet langer relevant, een componist van "silly love songs". Het zou duren tot ‘Chaos And Creation In The Backyard’ (2005) voor het muziekjournaille eindelijk weer unaniem de loftrompet afstak voor de man die wel eens de grootste songschrijver ooit zou kunnen zijn - no offense, Bob.

Om ons eraan te herinneren dat zijn melodieuze genie nooit op pensioen is gegaan, schiet Macca dezer dagen danig uit de sloffen. Vooreerst live: wie de man al aan het werk zag, weet dat hij een weergaloos spektakel brengt. Wie eraan twijfelt of een opa van vierenzeventig nog een publiek kan beroeren, zal op Werchter lik op stuk krijgen. Hij bewees het recent nog op Pinkpop: een rasartiest als hij degradeert de rest van de affiche tot voetnoten. Natuurlijk wordt er gegrasduind uit het beste van The Beatles, maar het solo- en Wingsmateriaal moet daar niet voor onderdoen.

Getuige daarvan is ook het recent verschenen ‘Pure McCartney’ – een verzameling van het beste ná The Beatles. Die bevat negenendertig nummers, maar voor een vollediger overzicht raden we de ‘Deluxe Edition’ (met zevenenzestig songs) aan. Geen droog chronologische bloemlezing, maar een carrière-overschouwende collectie die als een coherent geheel overkomt.

Meteen na de split deed Paul het in zijn uppie – af en toe bijgestaan door vrouw Linda - in zijn High Park Farm bij Mull of Kintyre in Schotland. De resultaten daarvan waren ‘McCartney’ en het onvolprezen ‘Ram’. Minder productiewerk dan op de laatste Beatlesplaten, soberder arrangementen en meer Paul. De magistrale soulballad Maybe I’m Amazed van ‘McCartney’ mag de verzamelaar openen, en Junk vanop diezelfde plaat sluit af. En tussendoor komt ‘Ram’ veelvuldig aan bod met parels als Another Day, Heart Of The Country, Dear Boy en de medley Uncle Albert/Admiral Halsey.

Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon. McCartney heeft altijd de nood gevoeld om samen te schrijven met iemand die hem inspireert. Op ‘Pure McCartney’ vinden we collaboraties met Michael Jackson (Say Say Say) en Stevie Wonder (het tenenkrullende Ebony And Ivory) terug. Maar er waren er natuurlijk veel meer. Macca schreef onder andere met Johnny Cash, Elvis Costello, en recent nog met Kanye, maar de songs die dat opleverde werden klaarblijkelijk zelfs niet goed genoeg geacht voor deze collectie.

Naast het samen schrijven, leek McCartney nog meer nood te hebben aan een band om samen mee op de planken te staan. Die drang resulteerde in 1971 in de geboorte van Wings, met Macca, Linda en Denny Laine van Moody Blues als enige constanten in een vaak wisselende bezetting. Eersteling ‘Wild Life’ was bedoeld als een snel opgenomen en spontane plaat; en zo klonk ze ook. ‘Red Rose Speedway’ uit 1973 toonde meer potentieel, met de hit My Love, maar de grote vorm werd pas weer bereikt met ‘Band On The Run’. Jet, Mrs Vandebilt, Let Me Roll It, Nineteen Hundred And Eighty Five en het titelnummer, het waren stuk voor stuk kleppers die ook het grote publiek weer op de knieën brachten.

Na dat hoogtepunt boerde Wings nog enige tijd succesvol verder, maar even goed zou het niet meer worden. Macca voelde weer de nood om te gaan experimenteren, beïnvloed door de opkomst van elektronische muziek, en maakte in zijn eentje ‘McCartney II’. Het publiek en de meeste critici lustten er weinig pap van, maar het album is zijn tijd ver vooruit gebleken en wordt nu door velen aangehaald als een mijlpaal. Het manische Temporary Secretary maakte gebruik van spastische sequencers, terwijl de uptempo single Coming Up John Lennon naar verluidt zodanig wakker schudde dat hij zijn kluizenaarsbestaan opgaf om weer muziek te gaan maken.

Na de implosie van Wings bracht Macca met de regelmaat van de klok albums uit en er werd meermaals geopperd dat hij beter wat meer zelfcensuur zou toepassen. Toegegeven, in de jaren tachtig en negentig was lang niet alles, wat van ’s mans hand verscheen, gemaakt van puur goud, zoals dat voorheen vaak scheen te zijn. Maar tussen de troep zaten er altijd wel één of twee parels verborgen. Denk maar aan Here Today, waarin Lennon herdacht wordt, of de reünie met George Martin op Wanderlust.

Pipes Of Peace, Girlfriend, The Song We Were Singing, Flaming Pie en het prachtige Calico Skies zijn andere hoogtepunten uit die periode, die verder onderbelicht blijft. Ook de klassieke muziek, die Macca in die periode componeerde, de samenwerkingen met Youth als The Fireman en zijn covers van obscure fiftiesnummers worden min of meer doodgezwegen. McCartney heeft duidelijk zelf geen al te hoge pet op van het tijdperk.

Echt interessant werd het weer wanneer Paul in 2005 Nigel Godrich (zie ook: Radiohead en R.E.M.) als producer onder de arm nam. Die maakte Macca diets dat hij ditmaal niet met afdankertjes moest komen aanzetten. Het resultaat, ‘Chaos And Creation In The Backyard’ mocht er zijn. Songs als English Tea, Too Much Rain, Fine Line en Jenny Wren – Pauls Blackbird voor de eenentwintigste eeuw – tonen Macca in absolute topvorm.

‘Memory Almost Full’ uit 2007 bouwde verder op hetzelfde elan met uptempo nummers als Dance Tonight en Only Mama Knows, die tijdens de huidige live concerten steevast bovengehaald worden. Pauls recentste plaat ‘New’ stamt ondertussen alweer uit 2013 en imponeerde met sterke songs als Queenie Eye, Save Us en Early Days.

U merkt dat we enigszins bevooroordeeld zijn, maar stellen dat Macca het niet meer heeft lijkt ons de waarheid desalniettemin geweld aan te doen. Al zal hij altijd een Beatle zijn, al zal alles wat hij ooit doet afgewogen worden tegen dat magische decennium waarin hij met drie vrienden de pop- en rockmuziek voor altijd veranderde, wij zijn de mening toegedaan dat Paul McCartney zijn talent nooit verloochend heeft en dat hij de laatste jaren zelfs nummers heeft afgeleverd die bij zijn beste horen. Het staat u vrij om daar anders over te denken, maar wacht nog even om uw finale oordeel te vellen. Laat u op 30 juni overtuigen, op De Wei. Er is nog plaats in de fanclub.

23 juni 2016
Andreas Hooftman