In memoriam: Mark Hollis (1955-2019)

RE:introducing

Maandag 25 februari zal de geschiedenisboeken ingaan als de dag dat de muziekwereld één van de grootste genieën verloor: Mark Hollis, frontman van de invloedrijke band Talk Talk. De groep maakte een evolutie mee die gelijk staat aan die van Radiohead. In de bijna tien jaar dat ze bestond ging de band van synthpop naar wat wij nu postrock noemen. In een selectie songs nemen we die evolutie nog eens door en lichten het één en ander toe.

Op het debuut ‘The Party’Over’ (1982) staan nog echte synthpopliedjes. Dat is dus misschien niet de meest essentiële plaat van Talk Talk maar dat is ‘Pablo Honey’ (1993) van Radiohead ook niet. Net als bij laatstgenoemde hoor je hier wel al het potentieel en hoe goed de liedjes in elkaar zitten. De opener is essentieel vanwege de titel. Talk Talk Talk Talk is een song van Hollis’ eerste band The Reaction en werd geschreven met broer Ed Hollis. Mark neemt met zijn nieuwe band een versie op en noemt het Talk Talk. Dit wordt uiteindelijk ook de bandnaam.

Op het tweede album ‘It’s My Life’ (1984) laat de band al een meer organisch geluid horen, al hoor je nog duidelijk de synthpoproots, met name in hitsingle Such A Shame. De synthesizers zijn er nog steeds maar worden aangevuld met flinterdunne, akoestische gitaarpartijen en meer analoog drumwerk. Ook is de kwaliteit van de songwriting van Mark Hollis sterker. Hij wordt daarin bijgestaan door producer-songwriter Tim Frieese-Greene. Hij zou tot het einde de band vergezellen en kan worden gezien als het vierde bandlid. De songs hebben meer diepgang. Renée bijvoorbeeld; de opbouw van het liedje is subliem en Marks zanglijnen zijn om te janken zo mooi.

De lijn die op ‘It’s My Life’ is ingezet wordt op ‘The Colour Of Spring’ (1986) doorgetrokken. Het album heeft nog meer een bandgeluid. De synthesizers, die de voorgangers domineerden, zijn vrijwel verdwenen. Ze hebben plaats gemaakt voor elektrische gitaren en innovatieve drums, percussie, orgel en piano. Luister hoe dat klinkt in Life’s What You Make It. Net als bij ‘OK Computer’ (1997) van Radiohead horen we op ‘The Colour of Spring’ al een beetje waar ze met de opvolger heen zouden gaan. April 5th en Chameleon Day zijn liedjes die afwijken van popsongformule en zijn eerder minimalistisch, gefundeerd op subtiele pianopartijen.

Het roer gaat echter pas echt om op ‘Spirit Of Eden’ (1988). Er staan geen popliedjes meer op maar complexe en enorm gelaagde, op jazz en ambient gebaseerde songs. Eden heeft nog enigszins een songstructuur, maar de rest zou later postrock worden genoemd. Opener The Rainbow is een goed voorbeeld. Heel langzaam wordt de song opgebouwd met zachte drums, subtiele blazers en flarden gitaar. Een enkele keer lijkt er een stilte te vallen, maar een dreigende doch rustgevende pianopartij verbreekt dit. Subliem. De plaat zorgt er helaas wel voor dat de band strubbelingen met EMI krijgt. Dit is immers geen plaat met hitjes.

In 1991 volgt nog een laatste Talk Talk-album: ‘Laughing Stock’. Bassist Paul Webb is inmiddels vertrokken. ‘Laughing Stock' ligt in het verlengde van de voorganger, maar is nog experimenteler. Maar de nummers zijn bloedmooi. De mooiste song van dat album is New Grass.

Talk Talk valt uiteen en in 1998 laat Mark Hollis nog een laatste keer van zich horen middels zijn wonderschone, titelloze solodebuut, een minimalistisch album met verstilde liedjes, maar oh zo mooi. Ergens horen we in de verte nog ‘Laughing Stock’. Ook hier pikken we een song van: The Colour Of Spring.

Met Mark Hollis is een groot muzikaal genie heengegaan, maar hij laat een indrukwekkende erfenis na. Rust zacht, Mark en bedankt voor al het moois dat je ons gaf.

27 februari 2019
Gregor Dijkman