Flashback 2002: Queens Of The Stone Age breken definitief door

Flashback
Flashback 2002: Queens Of The Stone Age breken definitief door

‘Songs For The Deaf’ bestaat dit weekend vijftien jaar. Een steengoed album, rechtstreeks uit de uitzichtloze woestijn van Californië overgewaaid; waar de biertjes gedronken worden rond brandende olievaten en buurmeisjes bezwangerd worden op de achterbank van een roestig autowrak. Daar, in de middle of nowhere, kwamen Mark Lanegan, Josh Homme, Nick Oliveri en oppergod Dave Grohl samen om een sterrencast te vormen. En het resultaat mocht er wezen.

Even kort het muzieklandschap schetsen in 2002: Linkin Park, Linkin Park en nog eens Linkin Park. Met ‘Hybrid Theory’ ging het epos van de Nu Metal als een heet broodje over de toonbank. In de marge waren ook bands als Papa Roach, Korn en Nickleback waanzinnig populair, terwijl zowel de Red Hot Chilli Peppers, Weezer en Audioslave zich aan een succesvolle comeback waagden. Kortom: een mengelmoes van allerhande gitaarmuziek die wonderwel allemaal goed verkocht. Deze periode staat dan ook gekend als de laatste stuiptrekking wat betrof de fysieke albumverkoop, voor het internet echt zijn intrede deed.

Maar tussen al dat mainstream succes en het hippe, underground gedeelte (denk aan de opkomst van Yeah Yeah Yeahs, White Stripes, Hives en Interpol) gaapte een grote diepte. Eentje die zonder problemen werd opgevuld door Queens Of The Stone Age en hun ‘Songs For The Deaf’ album. Gestoord,  ruig en een tikkeltje te smerig voor de echte mainstream. Teveel radiohits voor de toenmalige hipsters. Maar wel genoeg raakvlakken om toch te scoren bij beide partijen.

Het album werd losjesweg aangekondigd als een concept album, waarbij Josh Homme en de zijnen de luisteraar meenamen op een autotrip recht door de Californische woestijn, van Los Angeles tot Joshua Tree, terwijl de radio golven oppakte van radiostations uit nabijgelegen dorpjes, met vj’s als Kip Kasper en Héctor Bonifacio Echeverría Cervantes de la Cruz Arroyo Rojas achter de microfoon. Voor Nick Oliveri waren de radioskits vooral bedoeld als een aanklacht tegen de radio tout court, omdat hun muziek er zelden gedraaid werd. “We maken muziek die we zelf willen horen, maar niet kunnen kopen of op de radio horen. Daarom maken we het gewoon zelf. Uit noodzaak.”

Hoe dan ook, wanneer de intro begint en je Kip Kasper “I need a saga. What's the saga? It's Songs for the Deaf” hoort zeggen, springen vijftien jaar na datum nog steeds al onze haartjes in geef acht. Opener You Think I Ain't Worth a Dollar, But I Feel Like a Millionaire, de ode van Oliveri aan zijn favoriete Tequila drankje, is een binnenkomer als een stormram. Hitjes No One Knows en First At Giveth waren krakers aan de kassa en werden overal gedraaid, maar achter de radiovriendelijke gitaarrifjes schemerde bij beide nummers het verhaal van een knoert van een drugsverslaving.

‘Songs For The Deaf’ heeft dan ook een bijzonder donker kantje, en dan vooral tijdens de nummers waarop Mark Lanegan de micro ter hand neemt. Tijdens A Song For The Dead – volgens Ultimate Guitar het beste QOTSA-nummer ooit – lijkt Lanegan het te hebben over zelfmoord door ophanging. En ook Hangin’ Tree laat weinig aan de verbeelding over als je weet dat Lanegan die periode worstelde met een depressie. De drum van Grohl tijdens Song For The Dead was trouwens een hommage aan het Black Flag nummer Slip It In. Wie de twee nummers naast elkaar legt zal ongetwijfeld snel de link kunnen leggen.

Queens Of The Stone Age zal altijd een groep blijven die meer passage kent dan de Liefkeshoektunnel op een doordeweekse vrijdagmiddag. Ook tijdens de tour die volgde op ‘Songs For The Deaf’ was het een constant komen en gaan van muzikanten. Nick Oliveri zou door een onderling meningsverschil de band al snel verlaten – sindsdien hebben de Queens toch een beetje van hun crazyness verloren - en ook de bijdrage van Dave Grohl was geen lang leven beschoren. Josh Homme ging hengelen bij het Belgische talent Tim Vanhamel van Millionaire, en lijfde hem zo binnen voor zijn Eagles Of Death Metal project. Mark Lanegan deed hetzelfde met Aldo Struyf voor zijn toekomstige Mark Lanegan Band. In een interview met Focus Knack herinnerde Struyf zich vooral hoe slecht Lanegan er aan toe was in die tijd: "Hij woonde letterlijk in zijn auto. Zijn spullen stockeerde hij bij allerlei vrienden in de garage en om te overleven verkocht hij systematisch vinyls uit zijn enorme platen-collectie."

Na de tour met Queens Of The Stone Age zou Lanegan zich laten opnemen in een Italiaanse ontwenningskliniek, maar daar hield hij het na een week voor bekeken. Hij trok zich vervolgens terug in een gammel kamertje bij Klaas Janzoons van dEUS. Later zouden bij een renovatie van de kamer de werkmannen achter een vals plafond nog verschillende naalden en spuiten terugvinden en zou hij met zijn eigen bloed een gedicht op de muur achtergelaten hebben.

‘Songs For The Deaf’ is tot op heden het bekendste album van de band en ook het commercieel succesvolste. De band was dan ook op het top van zijn kunnen met een bezetting die sindsdien niet meer geëvenaard werd. NME plaatste het album op een vijftiende plaats in hun lijst van honderd grootste albums van de nillies. Het album kreeg ook twee Grammy-nominaties, voor de hitsingels No One Knows en Go With The Flow.

Bekijk hieronder nog eens hun passage op Rock Werchter in 2002. Good times.


26 augustus 2017
Joris Roobroeck