Exclusieve voorpublicatie: 'Luisteren &Cetera' over Brel

Introducing
Exclusieve voorpublicatie: 'Luisteren &Cetera' over Brel

In het derde (en laatste) deel van 'Luisteren &cetera' (uitgegeven bij Atlas Contact) beschrijven Pieter Steinz en Bertram Mourits hoe muziek met elkaar in verband staat, met dit keer de jaren vijftig en zestig als focus. Het boek gaat dus over de eerste ‘albums’ van Frank Sinatra tot de concept-lp’s van The Who en The Beatles; van de steden in de Mississippi-delta tot de Engelse artschools. Het hieronder weergegeven hoofdstuk heeft als onderwerp Brels 'La Valse A Mille Temps'. Check vooral ook de bijgevoegde playlist onderaan het hoofdstuk.

Liefde, wanhoop, dood
Jacques Brel –
'La Valse A Mille Temps' (1959)

De meest Franse van alle Franse chansonniers was een Belg. Hijzelf had het daar waarschijnlijk nog het moeilijkst mee. Zijn leven lang had Jacques Brel een getroebleerde verhouding met zijn geboorteland, dat hij in 1953 verlaten had en in interviews zou beschrijven als een faux pays waaraan hij onveranderlijk probeerde te ontsnappen. In ‘Les Flamandes’ is hij bepaald niet vriendelijk over Vlaanderen – de meisjes dansen er zonder te lachen, en meneer pastoor bepaalt de stemming. Het werd hem niet in dank afgenomen, maar eigenlijk,was hij nog mild, vergeleken met het liedje ‘Les F.’ van, zijn laatste plaat Les Marquises uit 1977. ‘Een komisch lied,’ kondigt hij aan in het intro, maar vlijmscherp blaft hij zijn landgenoten af tegen het decor van een discodreun. Nazi’s tijdens oorlogen, en de rest van de tijd katholiek, en wie hem vraagt waar hij vandaan komt krijgt als antwoord – een regel die in het liedje in het Nederlands wordt gezongen – ‘Ik ben van Luxembourg’, want hij schaamt zich voor zijn afk omst. Die minachting was wederzijds: ‘Brel is dood, hoera!’ viel als graffi ti te lezen op een brug boven een Vlaamse snelweg.

Liever zong hij over Amsterdam, in het gelijknamige liedje dat een van zijn bekendste zou worden, gecoverd door onder anderen Nina Simone, Scott Walker, David Bowie, The Dresden Dolls en zelfs De Dijk. Het liedje ging eigenlijk over Antwerpen, maar ‘Dans le port d’Anvers’ had een lettergreep te weinig, dus werd het een noordelijker haven. In ‘Le Plat Pays’, dat niet over de Lage Landen gaat maar over het vlakke West-Vlaanderen, is hij weer milder. Hij zong het in de Nederlandse vertaling van Ernst van Altena en klinkt zowaar melancholiek wanneer hij vaststelt: ‘Wanneer de Schelde blinkt in zuidelijke zon en elke Vlaamse vrouw fl aneert in zonjapon, dan juicht mijn land, mijn vlakke land.’ Het is een haat-liefdeverhouding: ‘Als ik de fl aminganten aanpak is dat omdat ik een Vlaming ben, en alle kritiek bij zelfk ritiek begint,’ vertelde hij interviewer Johan Anthierens in 1966.

Maar zijn muzikale thuis lag toch een tikje zuidelijker: Frankrijk dus, en dan vooral Parijs. Geen toeval dat zijn beroemdste liveconcert in Parijs werd vastgelegd voor Enregistrement public à l’Olympia, de bezielde liveplaat die pas in 1967 verscheen. Acht liedjes telde het oorspronkelijke album, waarop Brel bij vlagen emotioneel klinkt, juist in ‘Le Plat Pays’ en zeker ook in ‘Amsterdam’. Vol vuur jaagt Brel de liedjes erdoorheen, bezield, stevig, voor een dankbaar applaudisserend publiek.

Zijn carrière was moeizaam van start gegaan. Op zijn eerste platen was zijn repertoire niet heel bijzonder, en zijn Brusselse accent viel in Frankrijk niet bij iedereen even goed. Maar hij was vastberaden en kreeg langzaam maar zeker voet aan de grond: in 1956 wordt ‘Quand on n’a que l’amour’ een hit – en bovendien bekroond met de Grand Prix du Disque. Drie jaar later verschijnt ‘Ne me quitte pas’ – dat niet alleen een grote hit werd, maar ook een zeer vaak gecoverd lied, in het Engels als ‘If You Go Away’, misschien het indrukwekkendst door Ray Charles, maar ook door Dusty Springfi eld, Frank Sinatra en Neil Diamond.

Brel was er, juist als halve buitenstaander, in geslaagd om het enigszins ingedommelde Franse chanson nieuw leven in te blazen met poëtische teksten en creatieve arrangementen. En zijn thematiek ging veel verder dan de worsteling met zijn Vlaamse identiteit, of de burgerlijkheid die hem dwars zat. Wanneer hij zich daar niet druk om maakte, zong hij liedjes over liefde en dood, en dat deed hij als geen ander. ‘Ne me quitte pas’ is wanhopig, het tweetalige ‘Marieke’ is lief en melancholiek en ‘La Chanson des vieux amants’ is een van de allermooiste liefdesliedjes die ooit zijn opgenomen. En dat zijn er nog maar drie.

Wat opvalt is dat niet alleen Brels teksten literair en overdacht zijn, maar ook de opnames en arrangementen. Zo direct en fysiek als het klinkt op Olympia , zo zorgvuldig zijn de studio-opnames. De eerste platen zijn nog vrij smaakvol doch- traditioneel gearrangeerd, maar op zijn vierde plaat, La Valse à Mille temps, klinkt het allemaal bijna alsof een klassieke componist zich over de arrangementen heeft gebogen. Hoewel Brel misschien wel steeds beter werd naarmate hij ouder werd – wellicht omdat hij zich met zijn ongezonde levensstijl in een verhoogd tempo richting de dood begaf – is deze relatief vroege plaat van een zeldzame volmaaktheid. Het titelnummer, de grootste hit, en ook ‘La Mort’, waarin hij zijn angst om te sterven rechtstreeks uitspreekt.

Al maakt hij van dit memento mori ook meteen een liefdeslied door te zeggen dat het hem niets kan schelen wat er aan de andere kant van de laatste deur is, zolang zijn lief maar aan deze kant staat. Wanneer Brel over de dood zingt, is hij beurtelings melancholiek en cynisch. ‘Le Moribond’ is een van de bekendste voorbeelden, met de beroemde zin ‘C’est dur de mourir au printemps, tu sais’ (het is zwaar om in de lente te sterven), en met de subtiele verwijzingen naar de ontrouw van zijn vrouw en zijn beste vrienden. En dan is er ‘Orly’, het indrukwekkende lied van Brels laatste album, dat een jaar voor zijn dood verscheen, en dat hij zo ongeveer regel voor regel moest inzingen. Ook al een lied over liefde én dood; dit is geen afscheid voor een maand, voor een jaar, dit is een afscheid voor het leven.

ps/bm

INVLOEDEN OP JACQUES BREL

CHANSONNIERS

Edith Piaf – At the Paris Olympia (1982). Live-opnames gemaakt tussen 1955 en 1962 vanuit de beroemde zaal. ‘Non, Je Ne Regrette Rien’, ‘Milord’ – en dan staat ‘La Vie En Rose’hier nog niet eens op.

Charles Aznavour – La Mamma (1963). Ontspannen swingend, werelds gearrangeerd, met een fluwelen stem, still going strong op zijn 92ste.

Gilbert Becaud – Gilbert Bécaud (1953). Veel melancholie op deze vroege plaat. Zijn bijnaam (‘monsieur 100 000 volt’) weerspiegelt zijn livereputatie. Had in 1964 een hit met revolutionair elan: ‘Nathalie’.

Georges Brassens – La Mauvaise Reputation (1953). Uitdagend getiteld debuut van dichter met Spaanse gitaar. Pijp en bril vervolmaken het beeld van de intellectuele bohemien. Vleugje hot-jazz kleurt de dichterlijke chansons.

Jean Ferrat – La Montagne (1965). Prachtige liefdesliedjes en linkse politiek. In Nederland (indirect) bekend dankzij Wim Sonnevelds ‘Het dorp’, zijn vertaling van het titelnummer (en prijsnummer) van deze plaat.

Charles Trenet – Mes grandes succès (1955). Veteraan, gaf het genre met gezag vorm; en met zelfvertrouwen, gezien deze titel.

Barbara – Ma plus belle histoire d’amour (1967). Intense aanwezigheid achter de piano. Verkende net als Brel de grenzen van het genre.

 

MELODIES EN LIEDER

Marlene Dietrich – Lili Marlene (2002). Actrice en zangeres, wier carriere in het teken staat van oorlogshit ‘Lili Marleen’. Zong soms ook in het Frans en Engels.

Vera Lynn – We’ll meet again (2014). Een van de vele compilaties die er bestaan van deze Britse chanteuse.

 

ALBUMS VAN JACQUES BREL

Grand Jacques (1955). Debuut. Omdat zijn accent Brussels was, werd hij niet meteen serieus genomen. Toch lag de blauwdruk voor zijn klank al snel vast. ‘La Diable (ca va)’ werd later gecoverd door Marc Almond.

Quand on n’a que l’amour (1957). De tweede plaat was helemaal af. Zelfverzekerd, krachtig, indringend, veelzijdig. Grote hits staan hier niet op, maar wat een rijkdom.

La Valse a mille temps (1959). De vierde plaat werd de beroemdste, dankzij het titelnummer maar vooral dankzij ‘Ne me quitte pas’.

Jef (1966). Een bron van inspiratie voor David Bowie, Scott Walker en The Sensational Alex Harvey Band.

Enregistrement public à l’Olympia (1967). De tweede liveplaat van Brel, met fantastische uitvoeringen van ‘Amsterdam’ en ‘Le Plat Pays’.

Jacques Brel (1967). Met ‘La Chanson des vieux amants’, zo’n liedje dat je na duizend keer luisteren nog steeds onverhoeds kan overvallen.

Les Marquises (1977). Na een lange stilte verscheen nog een plaat. Hij wist dat hij doodging, en maakte deze indrukwekkende plaat als bewust sluitstuk van een wonderbaarlijk oeuvre.

 

WAT TE BELUISTEREN NA LA VALSE A MILLE TEMPS

BELGIE

Arno Hintjes – Arno (1986). Net zo links als veel chansonniers, voorman van de succesvolle band T.C. Matic, inmiddels een respectabele rocker, zingend in Frans, Nederlands en Engels.

Stromae – Racine carrée (2013). Klinkt in ‘Formidable’ als een ouderwetse chansonnier, zijn tekst zingsprekend. Zingt en rapt op deze plaat, die naar de dansvloer klinkt, met Afrikaanse gitaren en zweverige elektronische klanken.

Raymond van het Groenewoud – Een jongen uit Schaarbeek (2001). Geboren in dezelfde plaats als Brel. Net zo gevoelig, en ook humoristisch: het ironische ‘Vlaanderen boven’ is zijn versie van ‘Les Flamandes’.

STEMMEN

David Bowie – Rare (1982). ‘Amsterdam’ is het bekendste nummer van deze plaat met restjes die tegen Bowies zin was uitgebracht; hij nam het op in de vroege jaren zeventig.

Leonard Cohen – Songs of Leonard Cohen (1967). Technisch een veel minder goede zanger maar zijn zeggingskracht is groot.

Wende Snijders – La Fille noyée (2006). Tweede plaat met chansons, waaronder eigenzinnige, fraaie covers van onder andere ‘De nuttelozen van de nacht’ en ‘Vesoul’.

FRANSTALIG

Leo Ferre – Avec le temps. Les chansons d’amour (1982). Tijdgenoot. Dramatisch en indringend, op ‘Avec le temps’ is te horen dat hij goed naar Brel heeft geluisterd.

Serge Gainsbourg – Histoire de Melody Nelson (1971). Grensoverschrijdende plaat van een van de meest eigenzinnige Franse liedjesschrijvers en producers.

Alain Bashung – Osez Joséphine (1991). IJzersterke popplaat van eigenzinnige rocker (met een opvallende rol voor gitarist Rene van Barneveld).

AMERICANA

Lee Hazlewood – Love and Other Crimes (1968). Een verzameling duistere, dwarse liefdesliedjes met jazz- en blueswortels.

Scott Walker – Scott (1967). Coverde ‘Amsterdam’ op de eerste van zijn vier soloplaten. Duister en theatraal, en erg mooi.

Dresden Dolls – Dresden Dolls (2004). Th eatraal gearrangeerd, onderhuids gezongen, bijzondere muziek van de eigenzinnige Amanda Palmer: eist onverbiddelijk de aandacht van de luisteraar op.


November 10, 2016
Patrick Van Gestel