Dree Peremans sr. - 'Wannes - Hier Is Hem Terug'

RE:introducing

De feestdagen beginnen voor recensenten gewoonlijk een paar maand eerder dan voor gewone stervelingen. Dan hebben we het niet over onze gemiddelde champagne-inname maar wel over de luxe-uitgaven met hoog cadeau-appeal die dezer dagen in onze brievenbus terechtkomen. Zo sloeg de lijvige Wannes Van De Velde-biografie 'Hier Is Hem Terug' recent een deuk in onze hilarische welkommat.

Aanleiding van de hernieuwde aandacht voor deze mooie hardcover uit 2016 is de tiende verjaardag van Wannes' overlijden. Het was eerder aan onze aandacht ontsnapt, mede door Van De Veldes starre vasthouden aan traditie en afkeer van rock-'n-roll. Ook in deze biografie lezen we dat hij de Stones vulgair vindt en Leonard Cohen pretentieus. En ook binnen de flamenco was het voor hem oude stijl of niks. Echtheid droeg hij wel hoog in het vaandel; de geromantiseerde Uylenspiegelfolklore was aan hem niet besteed.

Dat aspect van zijn persoonlijkheid wordt niet verbloemd maar ook niet al te kritisch belicht. Een stugge achterwaarts gerichte blik is, voor zover wij weten, in folkmiddens ook niet echt een uitzondering, al moeten we de stereotypes misschien schuwen. Laten we het er op houden dat onze in volgepatchte zwarte leren vesten gehulde vrienden meestal een meer eclectische muziekcollectie hebben dan de schapenvellenvestjesdragers. Het is misschien ook een contradictie in de persoon van Wannes, die in tegenstelling tot andere ostentatieve terug-naar-de-natuurfolkies zijn geliefde metropool Antwerpen zelden lang achter zich kon laten.

We noemen dat hier in ons geboerte "stadsprovincialisme": de overtuiging van een stadsmens dat de hele wereld zich binnen zijn eigen stad bevindt en dat de rest van de wereldsteden daar maximaal een gelijkaardige kopie van is - alsof elke grootstad een McDonald's van het kosmopolitisme is, en het dus nauwelijks nut heeft voorbij de grenzen van de eigen oude stadswallen te kijken. Schippersverhalen reiken echter zelden verder dan de eerste hoerenkast en de derde uitzuip voorbij de dokken, of het nu in Hamburg, Shanghai of Antwerpen is.

Toegegeven, Wannes vertoefde al eens in Gent (voor de relatieve rust), Essen (voor de liefde), Brussel (voor de flamenco), maar verdere reizen werden toch vooral ingegeven door werk en aandringende vrienden. Ook het leven op een boerderijtje in Merendree viel al snel tegen. De roep van Brabo en de Zwarte Panter waren te sterk. Een kerktorenkosmopoliet.

Als u vindt dat we onderhand wel eens mogen zeggen wat we van het boek vinden in plaats van te filosoferen... Wel, het boek nodigt uit tot filosoferen. Wannes groef zeer diep in zijn artistieke ziel, soms tot op het punt dat we vinden dat je niet achter àlles een diepere betekenis of voorbestemdheid moet zoeken. Maar wij zijn geen artiesten natuurlijk. Dree Peremans koos ervoor om Wannes zoveel mogelijk zelf aan het woord te laten, daarbij citerend uit interviews in tijdschriften en uit een zeer lang interview dat Peremans zelf van Wannes afnam tijdens een treinreis naar Berlijn.

Wannes' onderhoudende en gedreven vertellingen worden zorgvuldig gekaderd en waar mogelijk getoetst aan de herinneringen van compagnons de route. Zo worden zelfs de jeugd- en formatieve jaren, vaak de minst interessante in een biografie, toch onderhoudend leesvoer. De roerige oorlogsperiode waarin Wannes opgroeide is daar natuurlijk niet vreemd aan. Herinneringen als "Mijn ouders en ik sliepen samen op één kamer, als er dan een bom viel waren we tenminste tegelijk dood", kunnen niet anders dan emotie oproepen.

Behalve de historische feiten, de successen en de worstelingen van Wannes' muzikale  omzwervingen, grafiek-, schilder- en theatercarrière krijgen we vooral een inzicht in de complexe persoonlijkheid die Wannes zichzelf - volgens sommigen nogal hypochondrisch - meegaf. Je zou hem niet onmiddellijk associëren met woedeaanvallen en depressies, maar die waren er wel, en ze zaten diep.

Als we dan toch kritiek moeten uiten, betreft die vooral de vorm. Na het herhaaldelijk opwrijven van onze bril moeten we toch besluiten dat de foto op de omslag wellicht niet de scherpste of mooiste is die er ooit van Wannes genomen is. We treffen ook nog een paar schoonheidsfoutjes die door de corrector over het hoofd gezien zijn. Dat er in een webzine al eens een woord verkeerd gesplitst wordt of er een punt staat in plaats van een komma is vergeeflijk - en nu ontwijken we even het toetsenbord dat de hoofdredacteur naar ons hoofd gooit - maar voor een luxe-uitgave als dit ware een extra aandachtige naleesbeurt geen overbodige luxe geweest.

Dat het onderwerp van de biografie afwisselend als Wannes, Willy, Wim of Wim/Wannes door het leven gaat, vraagt wat aandacht van de lezer. De voetnoten waarmee Peremans de bronnen voor zijn citaten aangeeft hadden gerust naar achterin het boek verbannen mogen worden in plaats van de bladspiegel onderaan te doorsnijden.

Dat Wannes altijd wel een diepzinnige beschouwing klaar zitten had, bewees hij, toen we met hem een folkconcert bijwoonden. Toen de zangeres haar volgende "nummer" aankondigde, zei hij, meer tegen zichzelf dan tegen ons: "Gene nùmmer! Een lied, ne song, ja, maar ne nùmmero, dat is precies bandwerk." Des te meer jammer daarom, dat de citaten uit Wannes' songteksten in de voetnoten steeds worden aangeduid met het nummer uit het Groot Liedboek (mede samengesteld door Peremans), in plaats van met de titel van het lied. Dat een lied als "Nr. 47" bestempeld zou worden, daar zou Wannes bij een kelkje jenever wel wat over te zeggen gehad hebben.

Zo, na deze dubbellange recensie keilt de hoofdredacteur ook zijn goedkope vulpen naar ons hoofd en tiert hij dat de aandacht van de eenentwintigste-eeuwse twittermens niet verder reikt dan een halve alinea. En u bent opgewarmd voor de vijfhonderdtweeënvijftig pagina's van 'Hier Is Hem Terug'. Uitgeverij EPO heeft de prijs verlaagd zodat u er meteen twee kan kopen: één voor uzelf, en één die u zonder schroom cadeau kan doen aan een muziekminnend familielid. Of steek hem zelf in uw knapzak en verdwaal in de straten van 't Stad.

22 november 2018
Stefaan Van Slycken