De horlepiep

Column

Ieder viert de zomer op zijn eigen manier. Dat geldt ook voor ons.

Elke keer stellen ze mij weer teleur. Zij, dat zijn dan mijn buren. Maar waarschijnlijk is het ook niet meer dan normaal.

Ik, dat is een man van middelbare leeftijd met een wat door velen wordt gezien als abnormale gretigheid, waar het muziek aangaat. Alle muziek. Niet zomaar muziek. Dat is iemand die zich afvraagt hoe het in godsnaam mogelijk is dat je niet bij de eerste toon hoort dat het om een nummer van pakweg David Bowie gaat. Maar aan de andere kant is het ook iemand die vanmorgen nog tot twee keer toe de nieuwe plaat van Yak – “Wie?” – speelde en daar zo intens van genoot.

Maar waar het hier eigenlijk om draait, is dit. Het is weer tijd voor allerlei tops aller tijden in allerlei soorten genres. Denk de 'Radio 1 Classics 1000' of Stubru's 'Zwaarste Lijst'. En hoewel ik die songs al duizend keer gehoord heb, blijft het leuk om die klassiekers voor de duizendste keer te horen.

Gezien de huidige zomerse temperaturen gebeurt dat wel eens op het terras mijner huis, alwaar de boombox, die ik van mijn kinderen voor nieuwjaar heb gekregen, de nodige diensten bewijst. En dan kan ik niet aan de verleiding weerstaan om af en toe de volumeknop een draai naar rechts te geven.

En daar wringt hem dan het schoentje – of voor de metalfans: de Doc Martens-boot. Waar ik dan verwacht dat de buren uit de huizen komen stromen om, net als ik – en tot groot jolijt van mijn vrouw – de horlepiep te gaan dansen op het terras, blijft het angstvallig stil in de tuinen rondom ons. Geen kat die de kop oplicht. Alleen een eenzame vogel zal misschien iets harder kwetteren om boven de muziek uit proberen te komen.

Teleurstelling alom dus. En misschien maar goed ook. Misschien is het gewoon beter zo. Laat iedereen maar op zijn/haar eigen manier genieten van de te vroeg ingezette zomer (en de bijhorende muziek). Maar ik blijf dat wel op mijn manier doen. De horlepiep dus.

19 april 2019
Patrick Van Gestel