Cluster - 'Qua'

RE:introducing
Cluster - 'Qua'

Wie vraagtekens plaatst bij de band Cluster (of Kluster) ofte Hans-Joachim Roedelius en Dieter Moebius, zoek even het hoofdstuk “krautrock” op in de muziekencyclopedie en dan vind je ze wel ergens in het netwerkje Brian Eno, Neu! en Can. ‘Qua’ werd de plaat die in 2009 vijftien jaar studiostilte mocht afsluiten. Als postuum werk na het overlijden van Moebius wordt dit verrijzeniswerk nu opnieuw stevig afgestoft; vanzelfsprekend door label Bureau B.

Een echte plaat in de structuur zoals een doorsnee mens die kent kan je ‘Qua’ niet noemen. Dit is meer een geheel van zeventien experimenten, een blik in het muzieklaboratorium van Cluster. En daar zitten ontzettend bizarre, maar wel aantrekkelijke creaties in.

Vooreerst maken deze twee Berlijnse legenden komaf met de genrebeperking van de titel “krautrock” en durven ze te experimenteren met futuristische ambient, IDM, spacejazz of zelfs exotische invloeden zoals tribal ritmen; maar dat dan allemaal in eigen ritmisch-melodieuze bevindingen en combinaties, vaak met industriële en mechanische invloeden, vaak ook met sferische synthesizerklanken vermengd. Intiem of extravert, mysterieus of sprankelend: het zit er allemaal wel ergens in. De digitale manipulatie van veel analoge geluidsdragers en instrumenten. Hoe fijn moet het zijn zo’n speeltuin te bezitten!

Deze fascinerende geluidsexperimenten kennen trouwens begin noch eind, laat staan enige evolutie. Alsof de songs rond deze creaties nog moeten in elkaar gezet worden. Maar dat hoeft ook niet. Cluster biedt ideeën, vernieuwing en creativiteit in een onconventionele, attractieve en esthetische context. ‘Qua’ diende dan ook eerder als visitekaartje voor de aangrijpende, sterk improvisatorische liveshows van dit gezelschap.

De enkele keren dat Roedelius en Moebius zich de moeite nemen om toch eens een evoluerend geheel te compileren uit hun experimenten, dienen dan ook als houvast op dit album. Gissander steekt wat dat betreft met zijn zeven minuten met kop en schouders uit boven de vele één- à tweeminuutteksturen. De verknipte, Balinese gamelang-percussie met vage flarden en synth worden hier meer en meer overstemd door mysterieuze scapes en wegschietende tunes met een warme, gemoedelijke basondergrond. Je moet het horen om het te begrijpen; of om gegrepen te worden, bijvoorbeeld door de fascinerende combinatie van dubby drums en spokende samplegeluiden in No Ernel.

Als een “abstracte excursie van neo-futuristische ambientbrouwsels”, werd deze plaat destijds gedefinieerd. Dat is de nagel op de kop. Dit is het toppunt van muzikaal dadaïsme, nihilisme en non-conformisme, maar dan in toegankelijke vorm. Zo beschouwd, lijkt de afbakening als krautrock zo slecht nog niet.


4 januari 2018
Johan Giglot