Basement 5 - '1965-1980'

RE:introducing

Zo’n veertig jaar terug in de geschiedenis; de mensen van het kunstdepartement van Island Records in Londen besluiten om naast hun job ook een postpunkband op te richten: Basement 5. Helaas implodeert het project tijdens de tour die op debuutplaat ‘1965 – 1980’ volgt. En zoals alles terugkeert, wordt ook deze plaat opnieuw afgestoft en bovendien verrijkt met de vijf songs van de zeldzame 12” ‘In Dub’.

We noteren een brug tussen (post)punk, dubreggae en wave. Het type tegen het Thatcherregime schoppende muziek waarmee ook bands als Wire of PIL destijds uitpakten. Geleid door hoekige drumpatronen en diepwandelende baslijnen, pakt Basement 5 op haar debuut uit met negen scherpe songs die titels als Riot, Hard Work of Last White Christmas dragen. Meest opvallend zijn de boze uithalen van zanger (en bekend poprockfotograaf) Dennis Morris, die met vuil cockney-accent halfgescandeerde teksten de lucht in gooit. Koppel daar een in de verte solerende, het geheel doorsnijdende gitaar aan en dompel dat in een typische holle eighties-“basement”-sound en je bent helemaal mee.

Dit lekker instrumentale triumviraat van rollende bassen, hardnekkige drumpatronen en tegendraads snijdende gitaren zorgt keer op keer voor een sterke, melodieuze basis die gerust tot zes minuten kan aanhouden. Zo krijgt Morris veel ruimte om zijn boodschap dik in de verf te zetten. Zo krijgt het publiek een duidelijke aanklacht tegen de uitbuiting van de working class wanneer hij zo’n tweeëndertig keer “hard work” scandeert. Bovendien zorgt een stevig dubreggaeriddim voor een extra exotische bekrachtiging in het al even scherp klagende Immigration, waarin het harde leven van een tweede generatie immigranten wordt aangehaald.

Hoewel een kort leven beschoren en door de grote massa inmiddels lang vergeten, heeft deze plaat dus toch duidelijk sporen nagelaten. Sporen die momenteel niet enkel erg authentiek overkomen, maar ook nog oprecht en fris klinken (en tekstueel zelfs soms akelig actueel). Over de vijf dubmixen van die zeldzame ep zijn we net iets minder enthousiast. Het onderhuidse gitaargescharrel moet plots een psychedelische hoofdrol gaan spelen, wat nogal bizar en luidruchtig overkomt. In Games Dub zwijgt de gitaar dan weer en gaat de band spelen met echo-effectjes, wat een al even amateuristisch repetitiekotjam-gevoel geeft. Een melodieuze sterkte of memorabele dubriff ontbreekt jammer genoeg.

2 november 2017
Johan Giglot