Bark Psychosis - 'Codename: Dustsucker'

RE:introducing

Volgend op de heruitgave van het fenomenale debuut ‘Hex’ van de ondergrondse Londense legende Bark Psychosis, volgt nu ook de reissue van de al even fenomenale opvolger ‘Codename: Dustsucker’. Waar de eerste al snel de stempel 'eerste postrockplaat ooit' kreeg, bewees het obscure ensemble op zijn tweede langspeler verder op muzikale speurtocht te gaan in een wereld van duistere elektronica, intimiteit en experimentele psychedelica.

Van een plaat van Bark Psychosis word je - zelfs na 14 jaar - niet vrolijk. Laat dat duidelijk zijn. Waar de debuutplaat nog sprak van een eigenwijs kwartet en felle gitaarextravagantie, gooit deze 'Dustsucker' het roer danig om. Te noteren: vlak na de release van het debuut en het opbouwen van een spraakmakende livestatus, gooiden de heren de handdoek in de ring. Pas na tien jaar bracht enig overgebleven lid Graham Sutton zijn vijf jaar lang gerijpte ideeën uit met deze opvolger. En ook te noteren: tussendoor verkende Sutton onder alias Boymerang de jazzy drum’n basswereld met de al even indrukwekkende, donkere zijstap ‘Balance Of The Force’.

 

Het begint al bij dat vreemde trompetje dat, bij wijze van serenade, deze plaat opent. Donkere teneurakkoorden doen een akoestisch, intiem schouwspel ontluiken van slepende drums, atmosferische flanger- en echo-effecten en Suttons typische fluisterzang. Moeizaam, maar mooi. Broos, maar enigszins sinister. Hetzelfde gevoel overheerst op de meer extraverte, lushy momenten wanneer een slepende echozang en een wall of sound van gitaren de shoegazerschuif opentrekken. Bark Psychosis is nooit echt grijpbaar en zweeft rond in zijn eigen duistere wereld.

 

Dat wereldje kent trouwens ook veel verschillende gezichten, en alle even intrigerend. Het is duidelijk dat deze plaat vijf jaar heeft gerijpt, gezien de grote diversiteit van songs die niet echt samenkleven. Stuiterend en akoestisch versus glijdend en vol sfeerscapes, intiem versus overdonderend, piano, vibrafoon en trompet versus gitaar met pedaaleffecten, man versus vrouw. Jawel, voor de helft van de negen tracks op deze plaat laat de Londense sfeerdokter zich vocaal vervangen door een vrouwelijke invaller.

 

Dat is vast de grote kracht van ‘Codename: Dustsucker’. De typische ongrijpbare, mysterieuze en donkere sfeer die over dit album hangt, bevat een ontzettend grote diversiteit die erg genietbaar blijft. Zonder het echt te beseffen, passeert de luisteraar langs reggae, jazz, avantgarde, shoegazer, ambient en psychedelische elektronica. Voor dat laatste moet je enkel maar eens luisteren hoe Miss Abuse uitglijdt met moddervette grooves, een persistent tegendraads hikkende pianonoot en digitale dubeffecten. Magistraal! En dan zwijgen we nog over het soms erg hoekige, maar toch als een trein rollende drumwerk van Lee Harris, die voordien bij Talk Talk dezelfde trucjes uithaalde.

 

Wat ons betreft werd het hoog tijd dat deze plaat opnieuw onder de aandacht werd gebracht. Meer nog, ondanks de torenhoge status van het debuut van deze legendarische Bark Psychosis, staat deze opvolger toch nog een trapje hoger op de kwalitatieve ladder.

4 augustus 2018
Johan Giglot