1997: The Prodigy gaan de grenzen over met 'The Fat Of The Land'

Flashback
1997: The Prodigy gaan de grenzen over met 'The Fat Of The Land'

Gekke tijden waren het in 1997. Terwijl de ene helft van de bevolking verslingerd leek aan ‘Wu Tang Forever’, wist de andere helft zich op te warmen aan de geluidskacheltjes van ‘Ok Computer’. Op de radio waren de Backstreet Boys helemaal “Backstreet Back” en begon Missy Elliot aan haar heerschappij aan de top van de r&b-keten. Daar ergens tussenin kwam ‘The Fat Of The Land’ uit van The Prodigy, het album dat de ‘Nevermind’ van de techno moest worden.

Dat de mensen al een tijdje zaten te wachten op ‘The Fat Of The Land’ werd duidelijk toen de eerste verkoopcijfers binnenkwamen. Met maar liefst 9.435.506.204 fysiek verkochte cd’s de eerste maand, stevende het derde album van The Prodigy af op een record. Het deed er niet toe wat de criticasters ervan vonden, de massa leegde gewillig de geldbuidel om het ding in huis te halen. En die criticasters waren allesbehalve mals.

Humo had het over een “middelmatige” plaat met “slecht knip- en plakwerk”. Het album had volgens het blad veel weg van een Hongaarse bootleg en met maar liefst drie verwijzingen naar The Chemical Brothers, was het duidelijk naar welke dance-act de voorkeur uitging. Pitchfork was iets milder: “It doesn't suck, but it's not great either”. Andere recensenten schommelden met hun kritiek tussen bagger en brol en waren teleurgesteld dat The Prodigy voor mainstreamsucces ging in plaats van de erg gesmaakte richting van het vorige album ‘Music For The Jilted Generation’.

Het was producer Liam Howlett zelf die walgde van ‘Music For The Jilted Generation’. Hoewel The Prodigy met dit album de stempel van kinderachtige rave-act voorgoed van zich af schudde, was het vooral de politiek geladen boodschap achter het album, die hem enerveerde. De plaat was namelijk een antwoord op het aan banden leggen van de ravecultuur door de conservatieve regering op dat moment. Met dit album wilde hij het grootser, luider en vooral neutraler aanpakken. En hij wilde eindelijk naam maken in de Verenigde Staten als dance-act met een uitgesproken rockattitude.

De sleutel tot succes in de Verenigde Staten? Het moet niet alleen goed klinken, maar het moet ook opvallen. Daarom besloot danser Keith Flint zijn haar bovenaan kort te scheren en de zijkanten lang te houden, vervolgens in te kleuren en als duivelsoren recht te zetten, om zo een punk-achtig, cartoonesk figuur neer te zetten. In de videoclips voor Firestarter en Breathe schetsten ze een beeld van de Londense underground, waarbij de vier Prodigy-leden als prettig gestoord ronddwaalden in de meest vieze krochten van de stad. Ook rapper Maxim Reality wist zijn eigen persona te creëren door creatief om te gaan met gekleurde lenzen en tatoeages, die geschilderd werden over zijn hele lichaam. De hele wereld was geschokt, en bijgevolg zeer geïntrigeerd.

Maar het meeste ophef kreeg de groep met single Smack My Bitch Up, een titel die zowel kan verwijzen naar partnergeweld als het aanzetten tot drugsgebruik. Howlett hield altijd vol dat de titel “er intens voor gaan” betekende, een sample die hij uit het nummer Give The Drummer Some van de Ultramagnetic Mc’s haalde . Maar daar hadden een heleboel vrouwenrechtenorganisaties geen oren naar, en ze trachtten het nummer te verbannen van tv en radio. Zelfs Beastie Boys verboden de band om het nummer te spelen tijdens het Reading Festival van 1997. Een bedreiging die de band professioneel aan de laars lapte met de woorden: “ I do what the fuck I want”.

Maar helemaal mooi werd het toen de videoclip voor Smack My Bitch Up uitkwam. Een clip waarin een persoon in first person wordt gevolgd tijdens een wilde feestnacht vol drank, drugs en hoeren - althans in de gekuiste versie. De originele versie bevat scenes waarin heroïne wordt gespoten, vrouwen worden aangerand en vluchtmisdrijf wordt gepleegd. De rol van stripster tijdens de laatste scenes werd gespeeld door model Teresa May. Uiteraard niet te verwarren met de huidige eerste minister, godzijdank.

‘The Fat Of The Land’ was muzikaal een pittig en intens meesterwerkje. Geluiden van machines die tilt slaan, stalen buizen die elkaar raken en zweepslagen werden afgewisseld met de pan uit swingende breakbeats en drum'n'bass-patronen. Keith Flint werd voor het eerst ingeschakeld als zanger. En dat deed hij voortreffelijk. Niet alleen tijdens megahit Firestarter bleek zijn Britse tongval en Johny Rotten-achtig geschreeuw een schot in de roos, ook tijdens Serial Thrilla en Fuel My Fire – een cover van L7 -  hoor je de krankzinnigheid er vanaf druipen.

Meer dan op de andere platen geeft ook hiphop duidelijk kleur aan het geheel. Diesel Power is gezegend met een beat waar Run The Jewels-fans vandaag de dag de haren bij zouden verliezen. En verder kreeg ook Adam Yaunch van de Beastie Boys credits voor het nummer Funky Shit voor een sample van Root Down

Mindfields en Climbatize zijn onstuimige stukjes elektronische pracht die zo onder een achtervolgingsscene uit een foute jarennegentigfilm konden staan. En ook Narayan, met een gastbijdrage van Crispian Mills van Kula Shaker, is elektronica, die zelfs twintig jaar na uitgave nog stevig rechtstaat. Dat geldt voor het hele album trouwens, naar onze bescheiden mening; meer dan welk ander album dat The Chemical Brothers ooit hebben uitgebracht. Of sta jij liever braaf op en neer te huppelen tijdens Hey Boy, Hey Girl, terwijl je even goed je ellebogen en knieën wild in iemands ribben kan planten op Breathe tijdens de maandelijkse chirofuif? Dat dachten we al.

The Prodigy brak dankzij ‘The Fat Of The Land’ helemaal door in de Verenigde Staten en werd één van de eerste, elektronische bands die op festivals het hoofdpodium mocht betreden als hoofdact. Helaas werd het nooit meer zo goed als toen. ‘The Fat Of The Land’ is hun ‘Nevermind’ geworden, wat de criticasters er ook van mogen zeggen. En het is het album die je op zolder bij zowel het oudere ravepubliek als bij de rockers zal terugvinden. Grensoverschrijdend. Tijdloos.


18 juni 2017
Joris Roobroeck