1972: Rolling Stones trekken naar Zuid-Frankrijk voor Exile On Main Street

Flashback
1972: Rolling Stones trekken naar Zuid-Frankrijk voor Exile On Main Street

Vijfenveertig jaar geleden trokken The Rolling Stones naar Zuid-Frankrijk om een nieuw album in te blikken. Rock-‘n-roll had, dankzij de escapades van de groepsleden, bij het grote publiek een gezicht gekregen: dat van Mick en Keith. Daar hoorde met ‘Exile On Main Street’ nu ook passende muziek bij.

 

In 1971 waren The Rolling Stones de band die de lijnen uittekende van de rock-’n-roll-lifestyle. Ze hadden een heel slechte, maar tot de verbeelding sprekende reputatie opgebouwd door de jaren heen. Mick Jagger en Keith Richards waren de spilfiguren in de beruchte Redland Bust; Brian Jones, gitarist en stichtend lid van de band, werd in verdachte omstandigheden dood teruggevonden in zijn zwembad; Marianne Faithfull, Jaggers toenmalige vriendin, stierf ei zo na aan een overdosis en een fan werd tijdens een optreden in Altamont vermoord door Hell's Angels, ingehuurd door de band als security.

Vooral het gedoe in Altamont wordt in de muziekwereld gezien als het symbolische einde van de zogenaamde “flower power” uit de jaren zestig. Dat hadden we te danken aan de arrogantie en losbandigheid van de Stones. De turbulente levensstijl werd tastbaar dankzij verschillende, opgeblazen verhalen, die de ronde deden, en hun muziek zelf natuurlijk. (I Can’t Get No) Satisfaction, Gimme Shelter en Brown Sugar waren de hymnes van een nieuwe generatie. Met constante verwijzingen naar drugs, seks en buitensporigheden werden ze aanbeden door de Britse jeugd, maar verafschuwd door hun ouders en het establishment. Hoog tijd dus voor de Stones om weg te trekken uit de heimat en andere oorden op te zoeken.

Aan de prachtige kustlijn van Villefranche-sur-Mer vond Keith Richards al snel een grote villa in Nellcôte. Het was een groot huis, waar vroeger ook nog nazi’s hadden gelogeerd. In een interview zou Richards het huis beschrijven als een prachtig huis dat deed denken aan Versailles, maar eenmaal je de trap afging kon je de in hout gekerfde swastika’s tellen en kwam je in een Führerbunker terecht die koud en kil aanvoelde. Die kelder, en een omgebouwde caravan, die buiten op de parking stond, werden opnameruimtes.

Hoewel de Stones toen begonnen aan hun tiende album, stonden de groepsleden nooit zo ver van elkaar af als toen. Charlie Watts en Bill Wyman gruwelden van Frankrijk en hadden heimwee naar Groot-Britannië. En dan vooral naar de Bird's custard, Branston augurken, piccalilli en andere Britse goederen, die nergens in Frankrijk te vinden waren.

Richards verloor zich in een heroïneverslaving en werd daarbij bijgestaan door zijn vriendin Anita Pallenberg. Jagger daarentegen wilde zijn leven ietwat terug op de rails krijgen en had nieuwe, muzikale plannen met de band. Niet dat de twee ooit hevig botsten met elkaar, maar er was een duidelijk verschil in temperament tussen de twee. Of zoals Richards het later zou verwoorden: “Mick moest weten wat we de volgende dag gingen doen. Ik was al lang blij als ik terug wakker werd en kon beginnen chillen met de mensen die aanwezig waren. Mick was rock, ik was roll.”

Een grote invloed op het album was de aanwezigheid van countryzanger Gram Parsons. Hij en Keith Richards waren twee handen op één buik en hadden twee grote raakpunten: de liefde voor country en blues en een heroïnepassie. Tijdens jamsessies was de broederliefde zo hevig dat Mick Jagger even vreesde voor zijn plaats. Zo komt het dat ‘Exile On Main Street’ vooral een album is waarin Richards' hand duidelijk te voelen is en Jagger zijn zin wat minder doordrukte. Jagger zou er later geen geheim van maken dat ‘Exile’ voor hem “iets” mistte. Wie goed luistert, hoort natuurlijk dat zijn stem soms verloren gaat in het geheel en het album country en blues ademt, terwijl Jagger toen niets liever wilde dan andere, muzikale horizonten opzoeken.

Het huis werd een toevluchtsoord voor feestende mensen, alcoholici, junkies en drugsdealers. De deuren stonden open voor iedereen en de bandleden lieten begaan. Richards en Jagger hadden het te druk met drugs nemen, Charlie Watts goot de brandy binnen als kraantjeswater en zowat heel de entourage ging graag mee in de decadente levensstijl van de bandleden. De deuren stonden zo wagenwijd open dat criminelen het huis van alle apparatuur leegroofden terwijl de bandleden beneden in de woonkamer tv keken. Kortom: The Rolling Stones waren van de wereld los en niemand leek in te grijpen.

s ’Nachts was er altijd kabaal in huis. Niet het kabaal van roeszoekende junkies of keelschrapende alcoholiekers, maar luide livemuziek. De instrumenten stonden zo luid, dat de mensen het konden horen tot in het centrum van Villefranche, enkele kilometers verder, tot groot ongenoegen van de plaatselijke autoriteiten, die uiteindelijk het huis binnenvielen. Daarna trok iedereen zich terug naar Los Angeles, waar het album afgewerkt werd.

Daar werd duidelijk dat het ruwe materiaal, dat ze opgenomen hadden in Frankrijk, klonk als één lange braspartij van een bende dronkelappen en junkies, die elkaar op één of andere manier hadden gevonden en magie voortbrachten. Het was de rock-’n-roll die de wereld nodig had. De vuile wervelwind van blues en boogie, het verdrongen geblaf van Jagger, de stoffige en in whisky gemarineerde drums van Watts en alle andere muzikale bijdragen van toevallige passanten maakten van dit album één van de best rockplaten uit de geschiedenis. “The Stones don't have a home anymore – hence the Exile – but they can still keep it together!”

‘Exile On Main Street’ was de laatste shot rock-’n-roll, die The Rolling Stones de wereld inspoot. Daarna ging de verslaving van Richards nog meer de slechte kant op en kreeg Jagger meer en meer grip op de band. Dat zorgde voor nog enkele, magische muzikale momenten, maar zo vuil, smerig en sexy als in de begindagen of op dit album werd het nooit meer. Nooit meer in het repertoire van de Stones. Nooit meer in de geschiedenis van de rockmuziek.


12 mei 2017
Joris Roobroeck