Zu - Carboniferous
Ipecac Recordings
Fabian Desmicht — 16 maart 2009

Zu vertrekt al jaren van het simpele gegeven van saxofoon, bas en drum. Van een conventioneel jazztrio is echter geen sprake. Jazzcombo’s experimenteren doorgaans niet met metal, math-rock, noise en punk. Zu dus wel. En dat levert niet bepaald easy listening op.
De band creëert een donker geluid dat muziekgoeroe John Zorn ooit omschreef als “a powerful and expressive music that totally blows away what most bands do these days”. Een adelbrief om u tegen te zeggen. ‘Carboniferous’ is inmiddels al het veertiende album van de band en het eerste dat verschijnt op Ipecac, het label van stemacrobaat Mike Patton.
Met zijn logge oerkracht evoceert ‘Carboniferous’ het geologische tijdperk waarnaar de titel verwijst: het Carboon. De songtitels haalden ze van oude gesteenten (Obsidian en Carbon), mythische begrippen uit de Romeinse oudheid (de schrikgodin Erinys en de onderwereld Orc) en naar fauna en flora waar we liefst in een grote boog omheen lopen (de gigantische inktvis Chthonian en de dodelijke, geestesverruimende plant Mimosa Hostilis). De muziek zelf tekent een even bizar als schrikwekkend universum.
Met zijn logge oerkracht evoceert ‘Carboniferous’ het geologische tijdperk waarnaar de titel verwijst: het Carboon. De songtitels haalden ze van oude gesteenten (Obsidian en Carbon), mythische begrippen uit de Romeinse oudheid (de schrikgodin Erinys en de onderwereld Orc) en naar fauna en flora waar we liefst in een grote boog omheen lopen (de gigantische inktvis Chthonian en de dodelijke, geestesverruimende plant Mimosa Hostilis). De muziek zelf tekent een even bizar als schrikwekkend universum.
Ostia zet de plaat meteen stevig in met een frontale aanval op de trommelvliezen. De bassdrum bonkt vlug en regelmatig en de basgroove zou zelfs Death From Above 1979 in verlegenheid kunnen brengen. De razernij van een band als Lightning Bolt is daarbij nooit ver weg. Op Chthonian is de eerste notoire gastmuzikant van de partij: King Buzzo van The Melvins. Zijn krakende riff geeft de aanzet voor een vreemd nummer dat keer op keer stilvalt en weer losbreekt. Beenharde sludge wordt er verweven met freejazz saxsolo’s.
Op Soulympics heeft men de structuur wat simpeler gehouden om de weg vrij te maken voor de vocale kunsten van labelbaas Mike Patton. Hoewel het nummer op zich geen topper is, vormt het een welgekomen rustpunt tussen al het instrumentale geweld. Ook op de soundscape Orc is Patton te horen. Ditmaal zonder woorden, maar wel met zijn typische gegrom en gemompel. Het is echter niet echt een volwaardig nummer, zelfs geen volwaardige afsluiter. De plaat die zo krachtig begon gaat met Orc uit als een kaars.
Samenwerkingen met zwaargewichten als The Melvins, Damo Suzuki en Peter Brötzman hebben er voor gezorgd dat Zu altijd zijn grenzen ging verleggen. Op ‘Carboniferous’ doen ze het weer alleen, maar met hetzelfde effect. Een meesterwerk levert dat niet op, wel een intrigerende plaat die met de tijd ongetwijfeld nog zal rijpen.
