Zola Jesus Okovi

Sacred Bones Records
Okovi

Wie houdt van onheilspellende, van emoties zwangere, elektronische muziek met daarover een vrouwenstem, kan bij ons sinds kort terecht bij Fär, maar in de VS hebben ze nu al een jaar of tien Zola Jesus. En die heeft dit najaar de beste plaat uit haar carrière uitgebracht.

Met dit album bewijst de nog altijd maar achtentwintigjarige Nika Roza Danilove (of Nicole Hummel zoals Wikipedia haar pleegt te noemen) dat de mooiste kunst ontstaat uit het ombuigen van negatieve ervaringen in iets positiefs.

Na het commercieel floppen van het vierde album ‘Taiga’, ging de klassiek geschoolde zangeres door een depressie, werd een dichte vriend veroordeeld tot kanker en deed een andere twee zelfmoordpogingen. Ze verhuisde, weg uit Washington, terug dichter bij haar geliefden en familie in de bossen van Wisconsin en ruilde platenlabel Mute in voor Sacred Bones, waarop ze destijds ook debuteerde.

Sinds dat debuut vol industriële, gothic wave, evolueerde Zola Jesus de voorbije jaren steeds meer richting radiovriendelijkheid. De overgebleven fans van het eerste uur keken dan ook blij verrast op toen eerste single Exhumed uit deze plaat werd geplukt. Die combineert grootse, orkestrale strijkers met diepe lagen elektronica en noise en roept herinneringen op aan ‘New Amsterdam’, maar dan in een veel betere productie. Daar zorgde Danilove zelf voor trouwens, samen met haar vaste, muzikale partner Alex DeGroot.

Tweede single Soak kan een voet zetten naast en zelfs voor het materiaal uit ‘Conatus’. Vooral de gelijkenis in zang valt op; alsof haar stem werd opgenomen in een kathedraal, een effect dat wel vaker terugkomt op deze plaat; in Remains  en Wiseblood bijvoorbeeld waarin de pathos uit tekst en muziek nog versterkt wordt door galmende, diepe drumslagen.

Dat er een hele strijkerssectie werd binnengehaald voor deze plaat, blijkt het duidelijkst uit het verder kale, maar bloedstollend mooie en gevoelige Witness en de weemoedige afsluiter Half Life.  We mogen stellen dat dit de meest vrouwelijke tracks van de plaat zijn, want alle muzikanten – op percussionist Ted Byrnes na – zijn dames; en die ene man doet er hier het zwijgen toe.

Met een tekst als “We’d rather clean the blood of a living man”, lijkt Siphon rechtstreeks naar één van de zelfmoordpogingen, waarvan eerder sprake, te verwijzen; hier wel weer voorzien van een flinke injectie elektronica door Shannon Kennedy van Pedestrian Deposist, mooi in balans gehouden door James Kelly aka WIFE, de Ierse producer die hier een handje kwam toesteken.

Minder in balans, want simpelweg stikdonker is wat daarop volgt: een achterwaartse stemsample leidt Veka, dat in het Slovaaks “deksel” betekent. Het lijkt wel alsof een doodskist wordt geopend en Zola Jesus de dode verwijtend toespreekt. Als de beats invallen, transformeert de song in een danse macabre.

Voor ‘Okovi’ trok Zola Jesus drie jaar uit en de plaat vormt de catharsis van alle emoties die de jonge muzikante doormaakte in de tijd daarvoor. Het is één van de meest persoonlijke en zeker de best klinkende plaat uit haar carrière en eentje waarmee ze alle boeien (‘Okovi’) verbreekt die haar omknelden en verhinderden te zijn wie ze echt is. 


5 november 2017
Marc Alenus