Zeal & Ardor Devil Is Fine

MVKA Music
Devil Is Fine

Het moet één van de vreemdste projecten zijn, die we de laatste paar jaar tegen het lijf zijn gelopen. Maar tegenwoordig kijkt geen mens daar nog van op. Toch willen ook wij dit merkwaardige album niet zomaar laten voorbijgaan. Want ‘Devil Is Fine’ van Zeal & Ardor slaat onverwachte wegen in.

Er was al Moby, die de field recordings van Alan Lomax onder een nieuw daglicht bracht in zijn ‘Play’; er waren ook The Avalanches, die een hele plaat samenstelden uit samples; nu is er Zeal & Ardor, die – en we citeren het persbericht – “black metal, field recordings, delta blues, jazz, ring shouts, music box melodies, glitchy hip-hop beats, soul and gospel” tot één machtige, naar solfer ruikende potpourri vermengden en er zowaar nog mee wegkomen ook.

Zeal & Ardor, dat is de Zwitsers-Amerikaanse muzikant Manuel Gagneux. U mag het misschien vreemd vinden dat een halve Amerikaan een bij uitstek (hoewel…) Scandinavisch genre als black metal combineert met de roots (en meer) van de Amerikaanse blues specifiek en waarschijnlijk de hele muzikale traditie in het algemeen, maar de huidige internetconstellaties staan dergelijke, op het eerste gezicht vreemde contaminaties maar al te graag toe.

De opener en het titelnummer doet alle filosofie en ander gezwam al meteen verstommen. Je hoort de pikhouwelen afketsen op de rotsen terwijl slaven of gevangenen de duivel niet eens verwensen, maar zich er eerder bij neerleggen (“Devil is kind”). De externe inmenging wordt beperkt tot een getemperde piano, wat grommende synths (of samples) en wat drumrolls. Meteen ben je gewonnen voor dit project. De gloed in je maag wordt genoeg aangeblazen om je nieuwsgierigheid te prikkelen.

Voor het daaropvolgende In Ashes liggen de knikkers plots helemaal anders. Machtige drumbulldozers weerklinken in combinatie met krassende, schurende gitaren terwijl de slaven hun ellende uitkermen. In Sacrilegium I wordt weer een ander arsenaal aangeboord en komen de al aangehaalde hiphopbeats piepen. Het zijn de field recordings, die dit vreemde allegaartje met van bloed doordrongen kettingen bij elkaar houden. Omdat de songs kort zijn, heb je als luisteraar trouwens weinig last van die verscheidenheid.

In de eerste drie songs wordt het menu uiteengezet, waarna in de volgende songs daarop variaties worden gebracht. Soms wordt het geheel topzwaar ondanks een luchtig begin zoals de muziekdoosintro – een methode, die wel vaker wordt gebruikt - van Children’s Summon bewijst; nooit werkt dat echt storend. Nochtans is Blood In The River, vergeleken met de rest van de songs, eerder doordeweeks (voor zover daar hiervan sprake kan zijn).

In elk geval heeft Manuel Gagneux met dit project goud in de handen. Goud, dat waarschijnlijk – hoewel… je weet nooit – de radiogolven in prime time nooit zal bereiken, maar dat door liefhebbers van spannende, afwisselende muziek zal gekoesterd worden. In ons boekje kom je dan meteen bij de te volgen projecten te staan.


5 maart
Patrick Van Gestel