Woodpigeon - T R O U B L E

Boompa Records

“Het luidste album dat ik ooit opnam”, dat is wat drijvende kracht Mark Andrew Hamilton over dit ’T R O U B L E’ te zeggen had. Klaarblijkelijk is luid een relatieve term, maar toch...

T R O U B L E





Het scheelde niet veel of er was geen Woodpigeon meer geweest. Na een fout gelopen liefdesaffaire trok hij twee jaar lang de wereld rond, maakte hij de rellen in Istanboel aan den lijve mee, doolde hij door Zuid-Frankrijk en belandde hij ook in Buenos Aires, waar hij uiteindelijk opnieuw de gitaar oppakte. Terug in Canada trok hij met Daniel Gaucher (percussie), Colin Edward Cowan (bas) en Annalea Sordi-McClure (toetsen) de studio in. Sandro Perri werd ingehuurd als producer en Thom Gill en Shaun Brodie mochten zich uitleven op gitaar en koperblazers.

Uiteraard kan je om een referentie als Sufjan Stevens nog steeds niet heen, maar evengoed doen de bizarre blazers in The Falling Tide denken aan Destroyer. Ook die houdt niet van vaste structuren en dat is precies wat Hamilton voor deze plaat lijkt te hebben opgelegd: niks moet. Let wel: het zijn nog steeds songs; met strofes en refrein en de typische, zijdezachte stem van Hamilton, hier en daar bijgestaan door David Thomas Broughton en Mary Margaret O’Hara. Het koper geeft dit specifieke nummer in elk geval een duidelijke meerwaarde, evenals de als onverwachte golven aanspoelende gitaren.

Er zitten nog zo van die fijnzinnigheden in deze plaat. Luister maar naar het voor Woodpigeon duidelijk atypische einde van opener Fence, wanneer de zang wegebt en de instrumenten een trance opwekken; eentje die gerust even mag blijven duren trouwens.

Merk de percussie op in Devastating, die vanaf de eerste seconde zijn stempel drukt op dit nummer. “Once forgotten / twice denied”, zingt Hamilton hier, maar daar lijkt het niet op. Hij is duidelijk nog steeds niet helemaal over zijn laatste liefde heen en drukt dat bijna lettergreep per lettergreep uit. Het levert in elk geval een dijk van een song op.

Misschien sluit No Word Of A Lie, nota bene het eerste nummer dat hij na zijn zwerftocht schreef, nog het meest aan bij de oude Woodpigeon, maar ook hier geen sprake van een akoestische gitaar. Die hoor je dan weer wel in de prachtige afsluiter Rooftops, maar naarmate die song vordert, wordt de toon steeds krachtdadiger met steeds meer details die eraan worden toegevoegd. Uiteindelijk ontsporen de gitaren zelfs grandioos, iets wat we van Woodpigeon helemaal niet gewend zijn, maar wat hier wel prachtig bij de song past. Opnieuw ontsnappen we hier niet aan de Destroyer-referentie.

Knap werk van producer Sandro Perri, die Mark Andrew Hamilton boven zichzelf heeft doen uitstijgen. Het resultaat is een plaat, die mag gehoord worden. Het zou jammer zijn moest die aan u voorbijgaan.

3 april 2016
Patrick Van Gestel