Wavves - Wavvves
Bella Union
Fabian Desmicht — 29 juni 2009

Wavves is ’s werelds nieuwste lo-fi-lieveling. In zijn slaapkamer in San Diego neemt Nathan Daniel William zijn muziek helemaal alleen op. Gewapend met een viersporenrecorder, bezingt hij zijn voorliefde voor surfen, de zon en het strand. Toch maakt Wavves niet de zonnige pop die je van de Californiër zou verwachten. En dat blijkt ook op 'Wavvves'.
Na de ep ‘Wavves’ staat de indiewereld nu op zijn kop door debuutalbum ‘Wavvves’ (met één v’tje meer). Maar is er wel reden voor zo’n hype? Sinds de beeldenstorm die de punk eind jaren zeventig ontketende, is een rammelige doe-het-zelversmentaliteit immers altijd wel cool geweest. Waarom dan Wavves?
Bij Wavves lijken nostalgie en nihilisme het goed met elkaar te vinden. Het ene moment zingt William over de liefde of over de zon, het andere moment zingt hij regels als “I’m just a guy with nothing to do”. Maar steeds op dezelfde apathische toon. Wil hij daarmee het typische levensgevoel van zijn generatie reflecteren?
Dergelijke grote concepten aan Wavves toeschrijven, zou wat ver gaan. Ten eerste laat de manier waarop William muziek benadert dat niet toe. Ten tweede komen de lyrics vaak weinigzeggend en banaal over. Nu eens gaan ze over opwinding, dan weer over verveling. Nee, de teksten – tenminste de flarden die we kunnen verstaan – kunnen de hype rond Wavves niet verklaren.
Wavves muzikaal typeren is een ander paar mouwen. ‘Wavvves’ bevat punk, garage, pop en surf, maar de grenzen vervagen aanzienlijk door losse songstructuren en een geluid dat zo wordt gedomineerd door vervorming, gesis en gekraak dat de muziek eerder neigt naar no-fi, dan naar het iets makkelijker verteerbare lo-fi.
Daarbij worden niet alleen de versterkers, maar ook onze oren zwaar op de proef gesteld. De ijle achtergrondstemmen overschaduwen meer dan eens de hoofdzang, en de schelle cymbalen en de vergruisde gitaren zorgen voor een allesbehalve conventionele sound. Dat Wavves studiosnufjes van de hand wijst, zal echter niet iedereen hen in dank afnemen.
Hoe dan ook, Wavves blijft trouw aan zijn ideaal. De muziek klinkt bewust ongepolijst en authentiek, en ondanks het alomtegenwoordige lawaai bevat menig nummer een quasi meezingbare melodie. Beach Demon, To The Dregs, So Bored, No Hope Kids, Summer Goth, … na verloop van tijd beginnen ze allemaal op de een of andere manier te boeien.
Sommige songs wekken dan weer geen enkel gevoel op. Weed Demon slaagt er bijvoorbeeld niet in om met zijn primitieve akkoordenprogressie de status van een willekeurige demo-opname te overstijgen, en Killer Punx, Scary Demons is een overbodige lap lawaai.
We kunnen dus wel enigszins begrijpen waarom er een hypesfeertje hangt rond Wavves. Maar eens te meer moeten we durven toegeven dat er een zekere mate van overdrijving in het spel is. Getrainde oren zullen ‘Wavvves’ wel kunnen waarderen, maar surroundliefhebbers en mensen met een zwakke maag raden we aan zich te onthouden.
