Vreemde Kostgangers Vreemde Kostgangers

Universal Music Group
Vreemde Kostgangers

In de loop van de seventies waren ze erg in, de zogenaamde "supergroepen"; een samenraapsel van artiesten die voordien in andere bezettingen of solo de sporen hadden verdiend. CSN&Y is het typevoorbeeld maar ook Cream of de onovertroffen Travelling Wilburys deden amper onder. Drie Hollanders, die in hun genre de absolute top hebben bereikt, doen dat nu over.

George Kooijmans stamt uit de rock met Golden Earring, Hennie Vrienten kende succes in de Nederpop met Doe Maar en Boudewijn De Groot deed het in zijn dooie eentje in de kleinkunst en het betere, Nederlandse chanson. Samen hebben ze nu – na een succesvolle tournee langs de Nederlandse theaters – een cd uitgebracht onder de naam ‘Vreemde Kostgangers’.

Logisch dat automatisch het vroegere werk van deze illustere heren als maatstaf wordt genomen. En dat is eigenlijk niet correct. Je moet proberen het nieuwe werk als helemaal autonoom te benaderen, los van vroeger, onbevangen.

Ik Ben Op Weg opent het feest; een flink, uptempo nummer met zang van Kooijmans. Niet kwaad, niet altijd verstaanbaar, maar voor de rest wel ok. Dan neemt De Groot het over met wat je als opwarmer kan beschouwen: De Roeiboot En Ik. Hennie Vrienten is de logische derde en met Hoop doet hij het meer dan behoorlijk: het begint rustig maar hij kan er wel het nodige crescendo in krijgen.

De Vreemde Kostgangers groeien ook als geheel. Scheiding is een typisch Boudewijn De Groot-nummer, zowel qua thematiek als qua muziek. Het had dan ook moeiteloos op vroeger werk als ‘Van Een Afstand’ of ‘Een Nieuwe Herfst’ kunnen staan; toch een vergelijking met vroeger; en we hadden nog zo beloofd….. Maar het is wel een verheugende vaststelling dat het huidige werk de vergelijking met de vroegere successen van de heren doorstaat. Ook Zoete Woede van en door George Kooijmans met knap gitaarwerk en mooie achtergrondkoortjes is pure kwaliteit.

Misschien geraakt Vrienten wel het verst weg van het idioom waarmee hij in heuglijke tijden zowat elk meisjeshart in de lage landen in overslag liet gaan. Vergeet De Pijn overstijgt tekstueel misschien maar net de adolescentenverzen, die we in onze collegetijd wel eens durfden plegen, maar muzikaal sluit het aan bij het soort muziek dat hij als solo-artiest al een tijdje maakt.

Nochtans zou het aanstekelijke Zwijg En Luister gegarandeerd in volle Doe Maar-mania vele festivalterreinen in massale samenzang hebben doen uitbreken of tot luchtgitaarspel op de solo van Kooijmans hebben geïnspireerd. Boudewijn De Groot is wat beschouwender in zijn teksten; soms een beetje somber, of cynisch, of toch met een straaltje hoop. Eén ding is duidelijk: hij is ondertussen Lennart Nijgh ontgroeid en heeft een eigen taal gevonden om zijn werk in neer te schrijven

Touwtje Uit De Deur is een typisch Hollands verschijnsel van voorbije tijden dat wij in Vlaanderen niet kennen: het betekent zoveel als een soort van welkom en Kooijmans maakte er een flinke uptempo song van. Onvermijdelijk dat oudere heren in lichte heimwee terugblikken naar het wel heel boeiende verleden. De Roxy van Vrienten is even uptempo en even nostalgisch als het Touwtje.

Slidegitaar en een Hammond openen Insomnia; de zang is opnieuw van Vrienten; een mooie ballade, zonder meer maar niet zo mooi als de Paulus Potterlaan, een terugblik van Boudewijn De Groot, die volledig past in de sfeer, die hij op zijn jongste, ‘Achter Glas’, wist te creëren. Dat hij ook een vlot nummer kan schrijven waarin Kooijmans uitgebreid kan soleren, bewijst hij met Een Vreemd Gevoel dat een sixties-achtig arrangement meekreeg.

Dit moest een sterke cd worden, rekening houdend met het aanwezige, opgetelde talent; de drive van Kooijmans, de poëtische kracht van De Groot en de hitgevoeligheid van Vrienten. En de cocktail werkt, is op smaak zijn en wij zullen er vaak en gulzig aan nippen.


3 mei 2017
Frank Tubex