Timber Timbre Sincerely, Future Pollution

City Slang
Sincerely, Future Pollution

Als de Canadese band Timber Timbre een nieuw album op de markt gooit, dan spitsen we maar al te graag de oren. 

En kijk of luister vooral naar hoe de band die voornamelijk bekendheid verwierf met folk- en naar country en americana verwijzende nummers evenals iets steviger in het zadel zittende rock op dit 'Sincerely, Future Pollution' aan de slag gaat met instrumenten die ze geeneens écht volledig beheersen.

Noem het gerust een zelf opgelegde denk- en doe-oefening, want toen de groep een jaar geleden de opnames voor dit album aanvatte, hadden ze eigenlijk een dansbare, bigger-than-life sound voor ogen. Van dat plan zijn ze afgeweken, al zouden ze er wel best toe in staat zijn.

Geleid door frontman Taylor Kike onderzocht de band met onder meer keyboardist Matthieu Charbonneau en gitarist/bassist Simon Trotter in de rangen op hun zesde album inmiddels vooral het ongekende. Een nieuwe uitdaging dus, die vooral bleek te bestaan uit de omgang met elektronica. Zodoende speelt de groep op het album die troef helemaal uit en zorgt ze er op die manier voor dat het herhalingseffect vermeden wordt.

Inhoudelijk is 'Sincerely, Future Pollution' een donkerder album waarop het politiek bewustzijn ('de degeneratie van een generatie', zo luidt de promotekst op de hoes) gekoppeld wordt aan een onbeteugelde creatieve drift. Al lonkt de groep in haar songs soms wel vaak naar de eighties en dat vooral door het gebruik van goedkoop klinkende synths.

Niet dat Timber Timbre nu zo innovatief en vernieuwend tewerk gaat. Neem de op een koel ritme terende opener Velvet Gloves & Spit - een nerveuze slaapwandeling in de ooit door Nirvana geciteerde Leonard Cohen afterworld; een kille, druggy verklanking van narcoleptische effecten ten gevolge van een al te brutale confrontatie met de realiteit. Zo brengt de groep meteen ook een sterk nocturnale sfeer aan.

Niet alles is even donker op 'Sincerely, Future Pollution'. Zo is er Grifting dat heavy funkinvloeden verraadt, wat best verrassend is voor een groep die veeleer gekend staat om zijn intiemere folk en rock. En daarmee knipoogt de band zelfs naar het overlijden van de Grande Dame.

Vervolgens is het tijd om weg te dromen bij het sfeervolle, ijle Skin Tone, dat onderhuidse funk in zijn DNA heeft zitten. Drie songs ver en de groep toont drie erg uiteenlopende facetten van zichzelf. Toch blijft vooral het grauwe en onheilspellende Moment bij - een hoogtepunt in deze set - omdat na een start met een eenzame ritmebox en een schijnbaar dronken vocal, de song fraai in diverse bochten eindigt, met onder meer ontsporend gitaarwerk en een speeltuin van weirde electronics.

Die wilde, door gitaren en elektronica gedomineerde toon zet de groep verder met het grauwe, vuile en smerige Sewer Blues ("it's all fleshed out") dat vaag richting Nick Cave en zijn Bad Seeds knikt. En tijdens het kale, maar sexy klinkende Western Questions gaat het volop over allerhande politieke beslissingen ("international witness protection / mass migration /...") die ons leven beïnvloeden.

De groep varieert en experimenteert volop, hetgeen onder meer te merken is aan de krautrockerige grooves in de titeltrack. En met Blue Nuit en Floating besluit Timbre Timbre een best knap en artistiek overtuigend album.

De band speelt op 10 juli samen met TaxiWars in Openluchttheater Rivierenhof. en op 13 oktober staat de band in Cactus Club vanaf 20u.


24 mei 2017
Philippe De Cleen