Thor & Friends The Subversive Nature Of Kindness

Living Music Duplication
The Subversive Nature Of Kindness

Onder de titel: mag het eens wat anders zijn. Thor Harris is allicht het meest gekend als viking-achtige percussionist die op klokkenspel, marimba en gong ramt bij de noiseformatie Swans. Luid, imposant, groots; het is als een soort van tegenbeweging dat de Amerikaan na vijf hectische jaren op tournee begon te experimenteren met instrumentale, minimalistische muziek. Een meer dan geldig excuus voor zijn afwezigheid op afgelopen, Europese Swans-concerten.

Intiem en dromerig vervangt dus noise en luidruchtigheid op dit buitengewone plaatje. Minimalisme en percussie, moeilijk te rijmen? Eat this! Thor heeft met linker- en rechterhand Peggy Ghorbani (marimba) en Sarah Gautier (vibrafoon, xylofoon, mellotron, orgel en stem) een solide kern gevonden om op verkenning te gaan in een wereld van avantgardistische ambientpsychedelica. Wat niet wegneemt dat negen tracks lang het aantal “friends” nog danig mag aandikken.

Laten we even proberen het muzikaal te kaderen. Onder de vakkundige productie van Jeremy Barnes (A Hawk And A Hacksaw) openen Thor & Friends met een track waarin klagende, oosters gekruide strijkers, zoemende drones, tokkelpercussie en twee in elkaar vervlochten marimbamelodieën een wervelend geheel vormen van herhaalde thema’s, die langzaam evolueren en bewegen (90 Meters). Foute poging? Probeer dan een beeld te vormen van een constante mengeling van klanken en noten; een soort van doezelende mantra van snel aangeslagen, houten bloktonen waarover klokkenspel en ijle keelklanken galmen (Dead Man’s Hand). Nog steeds te abstract? Dan misschien een uurwerksong met pendulemelodie die fijn heen en weer slaat met een penetrant thema, maar waaronder subtiele synthesizerklanken en effecten gelegd werden (Mouse Mouse).

Inderdaad, je moet het duidelijk zelf eens opzoeken om echt “mee” te zijn. Feit is wel dat ‘The Subversive Nature Of Kindness’ een bijzonder album is dat niet gemakkelijk te doorgronden valt. Enkel al de idee dat achter de eigenzinnige constructies van dit trio een leger van negentien extra “vrienden” – waaronder ook Swans-zanger Michael Gira en zijn vrouw Jen – verscholen gaat. Klarinet, contrabas, duduk, hobo, viola, harp, contrabas of natuurlijk de zelfgemaakte percussie-instrumenten van Thor zelf; ga maar eens op zoektocht. En als velen onder hen in een bijna zeven minuten durende track als Grassfire dan nog eens de eigen ritmische wetmatigheden opzoeken, is het hek helemaal van de dam.

Noise hoeft niet. Chaotisch mag wel. En dat moet natuurlijk nog de grootste verdienste zijn van deze plaat, die keer op keer extra geheimen prijsgeeft. Het is nieuw, anders, kleurt buiten de lijntjes maar blijkt uiteindelijk toch zo ontzettend uitgedokterd en afgemeten. Een ruwe bolster met een malse pit, die het tegelijkertijd niet kan nalaten te eindigen met een duidelijke titel als Resist. Minimalisme? Instrumentale punk, ja!


18 januari 2018
Johan Giglot