Thinking Plague Hoping Against Hope

Cuneiform Records
Hoping Against Hope

De stormachtige lucht in het artwork verbergt meer zwart dan blauw achter de wolken. Een briljant album als ‘Hoping Against Hope’ offreert hoop tegen de hoop dat alles wel goedkomt of dat iemand het allemaal wel oplost. Zoals we van Thinking Plague – een band uit de frontlinie van de Rock-in-Opposition – mogen verwachten, vinden we hier geenszins de troost van een sprookje, maar een stoutmoedig, artistiek antwoord op de uitdagingen van morgen. 

Op dit donkermooie en complexe album heeft de groep uit Denver, Colorado de vaardigheden ontwikkeld om deze grimmige tijden te overleven en een pad voor de luisteraar uit te tekenen. Natuurlijk kan geen enkele muziek, hoe goed ook, een gebroken wereld repareren, maar Thinking Plague doorstaat de winden van de wanhoop en biedt ons een artistiek toevluchtsoord, een imaginaire ruimte waar we op adem komen en een antwoord vinden op de wereld in crisis.

In haar vijfendertigjarige geschiedenis heeft Thinking Plague consistent tegen de limieten van wat in rockmuziek mogelijk is, aan geschurkt. Eigenlijk is deze muziek meer verschuldigd aan invloeden buiten de rock zoals folk, kamermuziek en, meer bepaald, de avant-gardistische traditie van de klassiek uit de voorbije eeuw. Die is harmonisch erg avontuurlijk, zoals we bij deze Amerikanen vaststellen in de ambigue benadering van tonaliteit en de take no prisoners-mentaliteit van hun complexe componeerstijl. Bandleider Mike Johnson is een autodidact, maar de timbres van zijn elektrische gitaar bijten even diep als elke klassieke arrangeur in de lijn van Schönberg en Webern.

De arrangementen, die we horen op ‘Hoping Against Hope’ evenals op de vorige plaat ‘Decline and Fall’, zullen allemaal live te horen zijn. Zelfs de in diverse stemmen geschreven en opgenomen accordeon van zangeres Elaine di Falco heeft partijen die door één instrument gerealiseerd worden. Omgekeerd zijn de tweelinggitaren van Johnson en Bill Pohl voldoende breed uitgesmeerd dat een individuele stem een evenwicht vindt met de textuur van het ensemble. Deze zorgvuldig uitgekiende polyfonie van instrumenten is de creatieve focus van het album. Wie vertrouwd is met Thinking Plague, hoort het bekende vocabularium van dezelfde groep als in de jaren tachtig, maar met een harmonisch palet en een frasering die sterk geëvolueerd zijn.

Deze Trump-tijden maken het misschien moeilijk om een optimistisch album te schrijven, maar ‘Hoping Against Hope’ is niettemin eerder een constructieve kritiek dan een jammerklacht. Commuting To Murder belicht de ideologische congruentie tussen militarisme en kapitalisme, terwijl A Dirge For The Unwitting weigert de vervreemding te veroordelen die sommigen in de armen van het dodelijke religieus fundamentalisme zou drijven. The Echoes Of Their Cries en The Great Leap Backwards vertellen hoe een samenleving overweldigd wordt door respectievelijk de horror van een militair ingrijpen en de cultuur van "fake truth".

Op het niveau van de lyrics staat ‘Hoping Against Hope’ schouder aan schouder met de kritische waarnemer en diens geloof in de duurzaamheid van een gemarginaliseerde wijsheid. En op het muzikale niveau? Veeleer dan de luisteraar te dicteren wat hij moet denken en voelen, is Thinking Plague begaan met de emotionele waarheid in al zijn complexe vormen. 


26 augustus 2017
Christoph Lintermans