The Mountain Goats - Heretic Pride
4AD
Kevin Vergauwen — 13 december 2010

Waar dit gezelschap begin jaren ’90 zijn muzikale talenten nog tentoon spreidde op cassettes (u weet nog wel, die rechthoekige dingetjes met twee gaatjes en een rolletje plastiek), 7” singles en compilaties allerhande, groeiden ze gaandeweg uit tot een vaste waarde binnen de alternatieve muziekscène. Intieme pareltjes, met her en der een redneck uitspatting, als ‘Full Force Galesburg’, ‘Tallahassee’en ‘Get Lonely’ zette John Darnielle en zijn wisselende achterban op de wereldkaart. ‘Heretic Pride’ werd één van de meest toegankelijke en frisse plaatjes die we in de rijk gevulde back-catalogue van The Mountain Goats aantreffen.
Als een bezetene en aan een razend tempo schrijft John Darnielle al heel zijn leven lang uiterst aangrijpende teksten over verloren en verdwenen liefdes, de onoplosbare mysteries in het leven, de koekoeksklok van zijn oma en vooral de eenzaamheid in zijn bestaan. Boeken vol schrijfsels moet de man al op zijn zolder verzameld hebben. Dit alles goed voor honderden (zoniet duizenden) uren van demo’s, duistere opnames en net iets meer dan een dozijn langspelers.
Om zijn weltschmerz te prediken verzamelde Darnielle doorheen de jaren een bijzonder uitgebreid arsenaal aan muzikanten rondom zich. Ook op ‘Heretic Pride’ is dit niet anders. Naast enkele ouwe getrouwen neemt ook St. Vincents Annie Clark enkele gitaarpartijen en backing vocals voor haar rekening. Daarnaast merken we ook occasioneel de aanwezigheid van muzikale duizendpoot John Vanderslice achter de toetsen op. Het was overigens deze laatste die, samen met Scott Solter, tijdens de opnames van dit album achter de knoppen zat.
Anders dan het voorgaande werk en de titel doet vermoeden klinken de songs op ‘Heretic Pride’ iets minder zwartgallig en voelt het geheel net dat tikkeltje meer luistervriendelijk aan. Bizarre hersenspinsels die uitmonden in songs met draken van titels als Marduk T-shirt Men’s Room Incident, How To Embrace A Swamp Creature en In The Craters On The Moon vormen de rode draad en sieren het plaatje door hun ingetogen schoonheid en puurheid.
Hoewel, na het dertiende nummer in zo’n drie kwartier tijd hebben we wel genoeg van Darnielles – bij momenten langdradige - zwanenzang. Begrijp ons niet verkeerd, er staan wel degelijk bijzondere pareltjes op dit album. Wij denken hierbij in het bijzonder aan San Bernardino, met een uiterst beklijvende cellopartij en het breekbare en perfect uitgebalanceerde gitaargetokkel. Om nog maar te zwijgen over de bevallige opener Sax Rohmer #1. Maar over het algemeen kabbelt het plaatje verder als een ietwat té bescheiden, klein bergriviertje zonder al te veel stroomversnellingen. Lagen onze verwachtingen dan toch te hoog? Op naar die liveshows om ons van het tegendeel te overtuigen.
