The Mountain Goats Goths

Merge Records
Goths

Op 'Goths', album nummer zestien en opvolger van 'Beat The Champ', staat de goth-subcultuur centraal. Mountain Goats, die ooit bekendheid verwierven met lo-fi popliedjes, tonen zich nu wel erg assertief (en donker). 

Bij het horen van binnenkomer Rain In Soho, moeten wij meteen denken aan een zachtaardige versie van Nick Cave en zijn Bad Seeds. Het pulserende ritme, de donkere, vocale koortjes op de achtergrond (met dank aan The Nashville Symphony Chorus), een piano en een hele hoop tekst, die frontman John Darnielle quasi achteloos kwijt lijkt te willen. En dat allemaal zonder het popgevoelige of het melodieuze te verwaarlozen.

Die referentie is niet toevallig gekozen, want Cave hoort deels bij de inspiratiebronnen, die de groep aanhaalt. Maken daar ook deel van uit: Bauhaus, Siouxsie & The Banshees en Joy Division; of de groepen, die Mountain Goats-zanger Darnielle in zijn jeugdjaren adoreerde.

Andrew Eldritch Is Moving Back To Leeds is een wat bombastisch aandoende titel voor een liedje over de frontman van Sisters Of Mercy, maar de humor en het vermogen tot relativering blijft geheel intact. Vooral omdat het nummer zowaar een vrolijke, zomerse popfeel in zich draagt. De track doet denken aan de manier waarop Eels loodzware issues als depressie en zelfmoord in vlot behapbare popsongs vertaalde.

Tekstueel zijn er volop verwijzingen naar artiesten (Robert Smith, Siouxsie) en bands (Motörhead). De groep maakt zich het goth referentiekader eigen met verwijzingen naar de Batcave, graven en kraaien en bant vanuit muzikaal perspectief de gitaren helemaal. Ze slagener zelfs in om zowaar loungy (The Grey King And The Silver Flame Attunement) te klinken. Op die track hoor je hoe Mountain Goats de popfeel aanlengt met zwoele jazzgeluiden. En twijfel is er ook, gezien "I'm hardcore / I'm not that hardcore".

Eén van de sleuteltracks van het album is We Do It Different On The West Coast waar de groep het Londense en Amerikaanse perspectief op de goths met elkaar vergelijkt. En dat in een olijke, tot meezingen aanzettende popsong. In het iets meer experimentele For The Portuguese Goth Metal Bands moet ook de Portugese gothmetalscene eraan geloven.

Her en der duiken echo's op van Flaming Lips (Unicorn Tolerance) en Grandaddy, maar ook de eighties (het wat lauwe en fletse Stench Of The Unburied) hoor je terug. Ach, wat zou het? Immers: "And outside it's 92 degrees / And KROQ is playing Siouxsie And The Banshees". Het devies is dan ook: Wear Black dat op een betweterige manier voorzichtig lonkt naar Ben Folds Five en Michael Jackson.

Happy is de toonzetting in Paid In Cocaïne. En in wezen geldt dat zowat voor het hele album. Feelgood popsongs, maar dan met een speels laagje donkerte.  De afstand tussen band en publiek wordt duidelijk gemaakt in Rage Of Travers waarin de Canadese hardrocker Pat Travers genamedropt wordt want: "Nobody wants to hear the twelve bar blues / from a guy in platform shoes".

En dan is er het huppelende Shelved waarin de regel "I wanna play my guitar", vervat zit. Maar ondanks al dat wild verlangen, is er geen gitaar te horen. En dat ze op kinderachtige wijze Trent Reznor een veeg uit de pan geven ("Not gonna tour with Trent Reznor / Third of three, bottom of the bill / You can't pay me to make that kind of music / not gonna swallow that pill") is helemaal voor hun rekening.

Afsluiten doet de groep met Abandoned Flesh, dat misschien wel model staat voor het hele album: een grappige openingsregel ("Robert Smith is secure at his villa in France"), veel nostalgie naar de jeugdjaren en een feelgoodpopsong met jazzaccenten. 'Goths' is niet wereldschokkend, maar blijft een leuk tussendoortje. 


25 juni 2017
Philippe De Cleen