The Lemonheads - Love Chant

Fire Records

Love Chant

De naam en faam van sexy nineties rockgod Evan Dando is mettertijd helaas vervaagd, naarmate zijn druggebruik toenam. Veel meer dan een middelmatige plaat en twee releases vol covers – soms met een verrassend sterk bestaansrecht – konden we van de afgeslankte Lemonheads dan ook niet noteren. Maar na twee decennia lijken de grootste demonen toch overwonnen met nieuw studiowerk onder de vorm van deze ‘Love Chant’.

Dat is natuurlijk steengoed nieuws voor fans die hun cd’s van ‘It’s A Shame About Ray’ of ‘Come On Feel’ nog steeds koesteren - voor zover die er nog zijn dan. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: deze nieuwe Lemonheads plaat heeft wel wat echo’s uit het roemrijke verleden, maar ze verdrinkt helaas ook een beetje in zijn eigen rommeligheid.

Hoe kan je immers een consistent album maken waar zoveel tijd over ging? Niet dus. Je mag ‘Love Chant’ dan ook beschouwen als een collectie van liedjes waar grotendeels die ene dikke rode draad doorheen kronkelt: de charismatische en zacht toezingende stem van Dando. Al moeten we helaas ook vaststellen dat de liefde en warme uitstraling wat plaats heeft moeten maken voor een wat meer schor en ruw timbre, dat door zorgvuldige ontdubbeling en studio-effecten uitgegomd werd (Deep End). Misschien een lichte toegift is wel dat het nummer ondersteund wordt door het spichtige gitaarspel van ene J. Mascis - jeugdvriend en Dinosaur Jr.-opperhoofd – en de backings van Juliana Hatfield. Mooie credits, maar helaas wat minder overtuigend. En dat is wat ons betreft de échte rode draad van deze zogenaamde “comebackplaat”.

Er staat wel wat lekker spul op dit schijfje, daar niet van. We zijn grote fan van het nonstop gezongen, wat verhalende In The Margin, met zijn lekker donkere en scheurende gitaarspel en enkele rasechte, nostalgische Lemonhead-trekjes. Zonde van de fade out, want we hadden nog wat meer gitaargefriemel op het einde aangekund.

Dando en co kozen nooit echt voor 1-2-3-hapklare popstructuren, maar eerder voor wat kronkelende melodielijnen en ruwe, punky franjes. Met Togetherness Is All I’m After is de band weer helemaal zichzelf dankzij de traag slepende zang, het lekker jengelende gitaarwerk en de stevig rockende stijl die bewust wat tegen de muur botst.

Helaas kunnen we op de elf songs evenveel titels opnoemen die al even autobiografisch en openbarend klinken, maar een muzikale lading dekken die een stuk zwakker is. Moeilijk om er de vinger op te leggen, maar het ontbreken van een killerriff, het wat wegglijden in veel onzinnige noten of een mijmerzang die duidelijk toch wat rimpeltjes vertoont, zorgt vaak voor zoiets als “middelmaat”. “I’m living in the key of victory”, beweert Dando, die helemaal clean zou zijn en homeground Boston inruilde voor het tropische Sao Paolo in Brazilië. Die overwinning lijkt ons eerder te slaan op zichzelf, niet echt op zijn muziek. Maar spreek ons gerust tegen.

23 februari 2026
Johan Giglot