Swans My Father Will Guide Me Up A Rope To The Sky

Young God Records
My Father Will Guide Me Up A Rope To The Sky
“This is not a reunion! It’s not a dumb-ass nostalgia act.” Dat schrijft leider Michael Gira in de perstekst voor ‘My Father Will Guide Me Up A Rope To The Sky’. Feit is wel dat Gira zijn in 1997 opgeheven band reanimeert met een nieuwe plaat. Het verleden herhalen doet hij doelbewust niet, maar de schaduwzijde van de menselijke ziel blijft zijn natuurlijke habitat.


Als prille band vond Swans aansluiting bij de No Wave-stroming (zie o.a. Sonic Youth, Teenage Jesus And The Jerks, Glenn Branca). In 1986 voegde de enigmatische Jarboe zich bij het gezelschap. Een jaar later zou ze mee haar stempel drukken op mijlpaal ‘Children Of God’. Jarboe is er ondertussen niet meer bij, maar Swans doet – majestueus en slecht getemperd – zijn naam nog alle eer aan.
Op het weinig kindvriendelijk getitelde You Fucking People Make Me Sick debuteert wel een andere zangeres: Saoirse, Gira’s 3-jarige dochter. En ze doet dat meteen atonaal en in duet met Devandra Banhart. Feërieke gitaren en lijnen als “I love you // I need you” zorgen voor een misleidende sfeer van onschuld. Na de woorden “Now give me what is mine” slaat de dreiging genadeloos toe.
‘My Father Will Guide Me’ is bepaald geen easy listening. De beste entree voor niet-ingewijden is Eden Prison, omdat die song het rocknummerconcept het best benadert. Conventioneel kan je deze cirkelzaagsymfonie bezwaarlijk noemen, maar de postpunkvibes en de raakvlakken met de vroege Nick Cave & The Bad Seeds bieden voldoende houvast.
Mechanische mokerslagen wisselt Gira af met semi-akoestische songs, die evenzeer het authentieke Swansethos dragen als het hardere werk. Die variatie is geen nieuw element voor de band – leg New Mind en In My Garden van ‘Children Of God’ maar eens naast elkaar. Maar ze werkt niettemin verfrissend en geeft de plaat een grote coherentie en ja, zelfs een zekere vorm van toegankelijkheid.
In Jim en No Words / No Thoughts trekt een basgroove diepe sporen, die worden opgevuld met dulcimers, klokken en tot de verbeelding sprekend drumwerk. Vooral No Words geeft 90% van de postrockers in al zijn filmische kracht het nakijken. Een slepende herhaling van motieven wordt opgejaagd door een resem scheurende noise-effecten… tot een wervelstorm van versplinterd glas je naar adem doet happen.
De licht verwrongen ballade Little Mouth sluit de plaat even intens en indringend af als ze begon. De tijd waarin Swans zijn publiek letterlijk misselijk maakte mag dan wel voorbij zijn, de band is relevant als nooit tevoren: als antigif voor prefabmuziek en dito emoties, maar ook omdat hij een nieuwe generatie doet kennismaken met de schermzone tussen schoonheid en kwelling.

December 2, 2010
Fabian Desmicht