STUFF. STUFF.

Bueto Bueto
STUFF.

Twee maanden geleden waren we nog vol lof over het debuut van het onconventionele Nordmann, intussen hebben de progressieve jazzers een overtreffende trap gekregen. Een overdonderende, experimentele mishmash van jazztronica, funk, hiphop, rock en een korf andere genres. Ongebonden. Ongehoord. U hoort het, ook wij werden wild van de nieuwste sensatie/ wervelwind in muziekland: ‘STUFF.’



De plaat opent meteen met een bom van een nummer, gedompeld in een onheilspellend sfeertje. Kosmische, opflikkerende 80’s synths die zo uit de score van de recente horrorprent ‘It Follows’ lijken weggelopen, geven je een beklemmend gevoel. Wat volgt is een unheimliche trip doorheen snoeiende, roboteske elektronica en diep ploffend slagwerk, aangevuld met enkele minimalistische riffjes op elektrische gitaar en een vettige bas die op het achterplan een zwerm vervaarlijke bromvliegen imiteert. Er zit vaart in de song; het veert lekker op en neer als lowriders die pochen met hun hydraulische veringen in grauwe Amerikaanse suburbs. Zou trouwens ook een passende setting kunnen zijn voor deze openingstrack. De stempel donkere triphop dekt de lading niet helemaal, maar komt het dichtst in de buurt.

Originaliteit zit vaak in een klein hoekje, althans beweren sommigen, maar waar dit vijfkoppig ensemble de mosterd vandaan haalt, valt niet op één-twee-drie te achterhalen. Ergens hoog in de keukenkasten gokken we, naast al het snoepgoed waarvoor je als pagadder geniepig op een stoel moest klimmen om er aan te geraken, in een huisje ver achter de einder. Als we door de telescoop turen, menen we de steriele beats van Kraftwerk te herkennen, ontwaren we een plukje Flying Lotus en een greintje Angie Stone (die swingende (bas)gitaarlijnen). Maar bovenal is dit een overwinning op het hokjesdenken, een dikke middenvinger naar alle recensenten die deze plaat beroepshalve onder een genre moeten plaatsen – deal with it.

Lastig om rode lijnen te trekken doorheen deze plaat, maar kenmerkend voor elke song, zijn de grillige drumpatronen, de zware bas in een vrije rol, het groezelige, soms neurotische maar veelal ongewone gebruik van elektronica en de talrijke onvoorspelbare wendingen. Resultaat is een eclectische smeltkroes waarin creativiteit en speelsheid de bovenhand voeren. Soms luistert het alsof de heren begenadigde muzikanten freewheelend een plaat in elkaar gebokst hebben: de beheersing en het speelplezier druipt van elke song.

Aangezien elke track een potpourri is waar je wel vijf verschillende songs mee kunt maken – die elk nog zouden boeien ook – kan je er makkelijk in verdwalen. Een soep wordt het echter nooit, telkens de chaos compleet lijkt te worden valt een welgemikte stilte of weerklinkt een melancholisch gitaarriffje als rustpunt. Halverwege Java bijvoorbeeld krijgen we een vredig postrockintermezzo voorgeschoteld, terwijl we enkele seconden eerder nog stonden te grooven op aanstekelijke elektro in een hippe cityclub. Een lekkere bassolo komt ook nog even piepen.

Ook Walking Headz stuitert als een springbal alle richtingen uit. Nu eens sloom, dan weer snel, het ene moment brommend en zwaar, het andere moment swingend en luchtig. Op het einde menen we zelfs een exotische xylofoon te herkennen. Hoe langer je naar deze plaat luistert, hoe meer je de makers ervan verdenkt aan een meervoudige persoonlijkheidsstoornis te lijden.

Eindigen doet 'STUFF.' met het lome, spacende R-Over, vergelijkbaar met uw laatste LSD-trip. De loodzware elektrogordijnen lijken opgetrokken door DJ Shadow himself. Soms glijden we af naar donkere oorden maar verder dan de dreigende afgrond komt het gelukkig net niet.

‘STUFF.’ is een fris zootje ongeregeld maar verdomme, wat hebben we gelikkebaard, gedanst, gebeefd, beleefd. What a ride.


April 26, 2015
Quentin Soenens