Songhoy Blues Résistance

Transgressive
Résistance

Verzet, daar draait het bij het Malinese kwartet Songhoy Blues om. Met het veelgeprezen debuut 'Music In Exile' gooiden ze hoge ogen, maar stelden ze live soms teleur. En ook nu weer lijkt het hen gelukt te zijn. Afwachten nog wat dit op het podium gaat geven.

Songhoy Blues brengen muziek die van heel diep van binnen komt. Logisch, als je weet dat de groepsleden ooit door extremistische jihadisten verdreven werden uit thuisbasis Timbuktu (zie ook de gelijknamige Frans-Mauritiaanse film van Abderrahman Sissako). Zo belandden ze in Bamako, waar de opnames van debuut 'Music In Exile' plaatsvonden. Dat leverde een bijzonder lekkere hutsepot van desertblues, hitsige funk en rockgitaren. Van dat recept wijken ze op 'Résistance' niet af.

Voor de opnames trokken ze dit keer naar London, een wereldstad waar migratie evenzeer een hot topic is. In The Pool-studio's speelden ze - weliswaar met behulp van Britse gastrapper Elf Kid en internationale rocklegende Iggy Pop - het bitse verzet en het welig tierende onrecht allemaal van zich af.

Vanuit muzikaal perspectief is er veel variatie: dansbaarheid, funk, maar ook intiemere pracht. Tenslotte is dansbaarheid ook een manier om je te verzetten. De opgewekte, tussen reggae en gitaarblues schipperende opener Voter kan toch echt niet anders beschouwd worden als een smeekbede om democratische rechten?

Al snel blijkt dat Songhoy Blues het kort en strak houden en bovendien onverwachte versnellingen laten horen, die doen denken aan wat de Red Hot Chili Peppers destijds in songs als Warped demonstreerden. Ook Bamako, een ode aan de thuisbasis, flirt volop met funk. De Malinese bende geniet van het spelen met discogitaren, opzwepende koperpartijen en dito vocals. De groep wentelt zich volop in heerlijke grooves.

Op Sahara doet Iggy Pop ("There ain't no pizzaaaa") even mee. Boeiend, al neigt de song zelf iets te sterk naar de Toearegblues van geestesgenoten Tinariwen. En tijdens het rootsfunky Mali Nord levert rapper Elf Kid een gesmaakte bijdrage.

Met het meer traditionele Yersi Yadda illustreren ze dat uit de onophoudelijke miserie en ongeluk prachtige muziek kan ontstaan. Hometown houdt het midden tussen folk en akoestische blues: achtergrondkoortje, gitaren uit de stal. Samen vormen die twee een weemoedig rustpunt. Als contrast is er het door de synths van de Britse producer Lxury geruggesteunde Dabari dat net als Ir Ma Soboy op stomende percussie en ritme teert.

'Résistance' zoekt het midden tussen moderne roots, funk en disco, maar laat het rockgehalte en de traditionelere muziek niet links liggen. Besluiten doen ze met het veelzeggende One Colour, waarmee ze hun punt maken: vereniging en verzet gaan hand in hand. 


9 juli 2017
Philippe De Cleen