Raul Midon Bad Ass And Blind

Eigen beheer
Bad Ass And Blind

De blind geboren zanger, gitarist en songschrijver Raul Midon laat op zijn negende album horen waarom hij al mocht samenwerken met een legende als Stevie Wonder.

Raul Midon werd in 1966 geboren in New Mexico, maar verkaste al snel naar New York. 'State Of Mind' was zijn grote doorbraak. Midon gaat voor een mix van jazz, blues, soul, r&b, latin en flamenco. Aan de basis van zijn nummers ligt vaak een enkele, akoestische gitaar, hoe weelderig rijk de arrangementen van de songs ook zijn.

Let vooral op die soulvolle stem. Samen met een akoestische gitaar slaat dat soms gensters. Geen wonder dat, naast Stevie Wonder, ook Herbie Hancock, Shakira en Julio Iglesias graag met hem wilden samenwerken.

Hij doet zich opmerken met een imitatie van een trompet, maar ook zijn aparte gitaarspel valt op. De combinatie met flair en het nodige gevoel voor humor maken het mooi af.

Op 'Bad Ass And Blind' laat Midon zich omringen door bassist Richard Hammond en drummers Lionel Cordew en Gregory Hutchinson. En als hij dan toch een trompet nodig heeft, zoals tijdens het jazzier ingestelde Wings Of Mind, dan roept hij de hulp van Nicholas Payton in.

De titeltrack neigt sterk naar P-funk en de Purperen Prins. Funky stuff dat hij aanlengt met een suikerzoete stem. Toch zitten er ook een aantal verrassende wendingen in de song zoals een aantal breaks door het achtergrondkoortje. Iets meer voorspelbaar is de gitaarsolo aan het eind van het nummer.

Het wat makke, zelfs eerder zwakke Red, Green, Yellow bijvoorbeeld is te triviaal om indruk te maken. En als het eerder gezapige Pedal To The Metal voorbijkomt, zijn we even geneigd om het album opzij te leggen. De songs zijn toegankelijk en liggen goed in het oor, maar steken er niet bovenuit. Wel opvallend is die bijzondere stem van Midon, die een zekere zachte sensualiteit in zich heeft. De fragiele ballade Jack (Robert Lorick) is één van de tracks, waarin die honingzoete stem prominent aan bod komt.

Maar de songs zijn soms iets te doordeweeks. Bij de jazzier songs als If Only, waarin soul en blues een goed huwelijk aangaan, is dat niet storend. Bovendien komt daar goed naar voren dat de groep wel degelijk goed musiceert, al kan je opmerken dat het nummer hier nodeloos gerekt wordt.

Wel slaagt hij erin om een warme feel en vibe aan zijn songs te geven, waardoor het album naar (soms stroperige) soul en r&b neigt. Er mocht bijvoorbeeld gerust wat meer peper aan het album toegevoegd worden, want zo "bad ass" klinkt het niet.


29 juli 2017
Philippe De Cleen