Psychic Temple IV

Joyful Noise Recordings
IV

Opletten: wie zich laat vangen door het opvallend fluo artwork of de wat profetische naam van dit project, het gaat hier niet om psychedelische of geestverruimende muziek! Het betreft een release van avant-jazz-virtuoos Chris Schlarb, die iconen als de zevenentachtigjarige bassist Max Bennett (Joni Mitchell) en rockmeester Terry Reid om zich heen verzamelde om een nogal eigenwijze, experimentele, muzikale weg te bewandelen.

Misschien schrikken woorden als “eigenwijs” en “experimenteel” hier wel wat af. Hetzelfde geldt trouwens voor de vaak bewust wat wringende, aan jazz ontleende notencombinaties, de vele kruisen en be-mollen die melodieuze pieken afstompen of bijna richting vals opgehoogde toppen stuwen. Of hetzelfde geldt misschien voor die bevreemdende loomheid, die over Psychic Temple hangt, ergens tussen ongemakkelijk en lui in. Het lijkt wel dat Schlarb en zijn wisselende, muzikale volgelingen bewust rommelen met esthetiek en zich tegelijkertijd doorheen de tien liedjes op dit album moeten slepen.

Tegelijkertijd is er ook een soort van vrijzinnigheid aanwezig waarbij niets moet; de vrijheid van het dagdromen met als mogelijke, leuke bijwerking dat die dromen ook uitkomen. Het geeft de aanleiding om regelmatig weg te mijmeren, om met de gedachten bij zee en strand te belanden en een lazy songwriternummer als opener Spanish Beach met wat castagnetten en een weemoedige trompet in te kleuren. Omdat het kan. Of om een keer of vier na een song een extra instrumentale outro te kleven van dertig seconden die een complete, ritmische en melodieuze stijlbreuk pleegt (en zelfs even de notenbalk van Vivaldi’s vier seizoenen leent). Omdat het kan. Of om uit te pakken met onzinnige teksten als “It was a Nazarene Dream / you could be what you wanted to be”, of “SOS, I’ve got to run, I’ve got to fly”, op zo’n manier te zingen, dat je weet dat een slak zich sneller in veiligheid zal brengen. Omdat het kan.

Dat moet dan die prikkel zijn. De ontdekking dat deze slome, wringende jazzpopliedjes in feite constant muzikaal aan het borrelen zijn en daardoor een stevige haat/liefde-afdruk nalaten. Probeer enkel maar eens de zichzelf voortdurend heruitvindende baslijn van de overbejaarde Bennett te volgen en je zal merken dat er vanuit die luie ligstoel toch stevig wat gebeurt. Moet de luisteraar dan het slachtoffer zijn van de experimenteerdrang van dit gezelschap en de noodzakelijke muzikale uitlaatklep van Chris Schlarb, die vanuit zijn studio in Long Beach dagdagelijks zelfs kinderliedjes producet? Dat is natuurlijk maar de vraag.


3 oktober 2017
Johan Giglot