Portugal.The Man - SHISH
Knik
Niks muzikaals is John Gourley vreemd. Voor wie het niet moest weten: Gourley is de frontman, songschrijver, gitarist, zanger, programmeur en ongetwijfeld nog verantwoordelijk voor een stuk of wat andere instrumenten op zowat alle albums van Portugal. The Man. Om voort te gaan op die eerste zin: 'SHISH' lijkt in niks op wat deze band eerder voortbracht.
“Purple Flowers / Running through the fireweed / Collecting sugar / And Coca Cola for the honey bees / Cause we take it / just to feel the buzz it brings.” Het zijn de eerste lijnen tekst die je hoort, als je 'SHISH' op de draaitafel legt. Geen idee wat dat met u doet, maar wij zijn dan geïntrigeerd. Misschien een ideetje voor een reclame voor het vernoemde frisdrankmerk? Dat gebeurde, naar verluidt, nog al eens met een nummer van Portugal. The Man. Mja, toch niet echt waarschijnlijk, want Denali, zoals dat eerste nummer heet, is niet meteen reclamefähig. Maar godverdomme, wat een opener.
Want ver weg is de soul, die Feel It Still (jawel, de reclamehit) tot een hit maakte. De aanzet is dan wel enigszins poppy, al snel komen de thrashgitaren boven en realiseer je je dat dit op en top Portugal. The Man is. Onvoorspelbaar, alle kanten uit stuiterend en gewoon raar. Net zoals wij deze band zo graag hebben. Marvelettes-soul kregen we dus al, psychedelica ook, pop zat er altijd in, maar op 'SHISH' gaat het dus weer een andere kant uit.
Pittman Ralliers is bijvoorbeeld onvervalste hardcore. Gourley zoals je hem nog nooit hoorde. En de tekst liegt er niet om: “Fire raining from the sky / Down on us”. Als dat geen verwijzing is naar de klimaatramp, waar we op afsturen, weten wij het ook niet meer. Maar muzikaal is de song wel de uitzondering, die de regel bevestigt. Want in zowat alle andere songs blijft de melodie vooraan staan. Gourley is dan ook een verbeten Beatles-fan. En dat hoor je. En die verwijzing naar de mens als kluns, die de aarde verkloot, zit in zowat elke song. Kan ook moeilijk anders, als je roots liggen in een land als Alaska, waar de miserie steeds duidelijker wordt.
Het titelnummer leunt op een zware baslijn en wordt zo meteen één van de hoogtepunten. Het kinderstemmetje aan het begin van het nummer keert terug aan het einde en krijgt daar meteen de gitaarsolo over zich uitgestort. Tussen die twee in zit een prachtig liedje met een overdosis aan tekst, dat nooit gaat vervelen. En diezelfde (typische) gecontroleerde gekte zit ook in het korte, opgefokte Mush, terwijl Tyonek je aanvankelijk op de verkeerde voet zet om dan uit te monden in pure grunge. Zelfs een ballade (Kokhanockers) ontbreekt niet, ook al zitten ook daarin de nodige scheurtjes, weerhaakjes en ander scherp spul. We kunnen blijven doorgaan, maar we hebben zo het idee dat u wel doorheeft waar we naartoe willen.
Zo hebben we dit bandje graag: grillig, vreemd en verdomd cool. Topplaat.
