Pieter Jan Van Campenhout Tragic Magic Man

Fons Records
Tragic Magic Man

Achter 'Tragic Magic Man' zit een hartverscheurend verhaal. De perfectionistisch ingestelde Pieter Jan Van Campenhout (1985-2014), ooit nog aan het werk bij The Detachments, schreef onder de aliassen Don Christoban en Cervantez jarenlang muziek, die in de lades bleef liggen. Drie jaar na zijn dood werd het tijd om dat materiaal eindelijk een plaats te geven en eindelijk aan de buitenwereld te openbaren.

Wie opener Southside Girl, één van de maar liefst zesentwintig tracks op 'Tragic Magic Man', beluistert, zal vrijwel meteen aan Mark Linkous denken; nog zo'n tragisch aan zijn eind geraakte muziekheld. Ook Van Campenhout laaft zich op 'Tragic Magic Man' aan een weidse countryrocksound waarin een handvol dwarse geluiden de boel lijken te saboteren. In die eerste song al worden alle denkbare gevoelens, die inherent zijn aan leven en liefde, geëvoceerd en wordt er ironisch genoeg zelfs een walsje op de junkyard geplaceerd.

Tussendoor zijn er wat kleinere, meer intieme, akoestische passages. In Black Panther of Dimple doet Van Campenhout aan folky helden als Nick Drake en John Fahey denken, terwijl met Signs Of Cuckoo Times een kwieke, ruige bluesrocker opduikt. De moves van Mick Jagger en zijn Belgische nazaat Admiral Freebee moet u er dan maar bij denken.

Van Campenhouts songcatalogus, netjes verdeeld over het werk met Cervantez (vijftien songs) en Don Christoban (elf songs), bevat bij uitstek materiaal dat het verdient om gehoord te worden. Van kleine, ruwe probeerseltjes (het ongepolijste Enith) tot frisse poprocksongs als Jozefien ("Have you seen this girl?", en de songschrijver brandt van zomers verlangen) overtuigt hij met dit bijzonder straffe materiaal.

Onderwerpen durven al eens triviaal te zijn (tijdens Stroke bijvoorbeeld luidt het dat onze man "out of colours" is), maar dat hoort zo in de popwereld. Zijn demonen lucht hij op tijd en stond ook op met stevige rockgitaren in een nummer als Betty Ann. Vaak gaan je gedachten uit naar Beatlespop, wat dwars gemengd met de zotternij van een in de zandbak spelende Brian Wilson.

Regelmatig zijn de liedjes het resultaat van mooie huisvlijt (het ronduit pakkende For Oohs en de titelsong Tragic Magic Man, een haast onwerkelijke tearjerker), hetgeen een mooi tegenwicht vormt voor de ambachtelijke, naar folk en country geurende demo's en stevig uit de kluiten gewassen rocksongs (Candyflippin'). Soms zijn de songs cheesy (bij het doelbewust onvolwassen I Hate Goodbyes drink je met plezier een "cherry cola"). Scorpions neigt dan weer naar glamrock en vroege Springsteen. "Regardless of what doctors say / and we'll have lovely times", de Lovely Times worden met een kurkdroge klik op de taperecorder beëindigd.

Opmerkelijk is dat PJ het telkens beknopt houdt. Slechts bij uitzondering (Chantonnay en Packman) wordt de lengte van de doorsnee popsong overschreden. Overigens valt net door de structuur van het dubbelalbum ook op hoe hij als songwriter evolueerde. Horen we op 'Cervantez' nog ruwe demo's en probeersels die hij zo goed als helemaal zelf schreef en speelde, dan laat hij zich bij 'Don Christoban' omringen door vrienden als vocaliste Fien Maris, drummer Tim Coenen en gitariste Annelies Dinter (Echo Beatty). Het geeft een idee van hoe het voor PJ Van Campenhout heel anders had kunnen lopen.

Dit prachtige, mooi uitgegeven 'Tragic Magic Man' is een postuum debuut van een zeldzame kwaliteit. Het moet al gek lopen als dit album niet in de eindejaarslijstjes terechtkomt waar het zeker zijn plaats heeft. Kom dus achteraf niet zeggen dat u van niets wist ! 


10 maart
Philippe De Cleen