Peter Silberman Impermanence

Transgressive
Impermanence

Als u al een belletje hoorde rinkelen bij het horen van de naam Silberman, dan is de kans groot dat u ook een fan bent van The Antlers. In dat geval gaat u niet bedrogen uitkomen met deze soloplaat. En toch is ze anders.

Groot verschil met het werk van zijn band is dat u hier meer gaat horen dan Silbermans specifieke stem, zijn gitaarspel, de streling van wat drums en/of een cimbaal en wat spaarzame extraatjes zoals de vogeltjes en krekels in Ahimsa. Maar verder vormt dezelfde melancholie, dezelfde tristesse, dezelfde toon als bij The Antlers hier de basis.

Peter Silberman is dan ook geen vrolijke jongen. Om maar iets te zeggen: met The Antlers wijdde hij een hele plaat aan de dood van zijn vader. En ook hier wordt er niet gedanst, eerder in een klein hoekje gekropen om daar tranen de vrije loop te laten. Zelfs uit het instrumentale titelnummer spreekt diezelfde droefenis. Dat die track duidelijk ergens en route, in huis, tuin of keuken opgenomen werd, wordt trouwens helemaal niet weggestoken of gecamoufleerd.

En toch biedt dit zo’n enorme troost dat je, telkens de plaat door de kamer klinkt, er stil van wordt. De teksten zijn vaak aardedonker. “I'm disassembling, piece by piece / Deteriorating, decayed, decreased”, klinkt het in opener Karuna en dezelfde weemoed weerklinkt hierin als ook in Hallelujah; misschien zelfs meer. De hoop is verloren (“Out where no hope remains?) en de naam van Karuna wordt tot in de oneindigheid herhaald. En toch put je hier sterkte uit, al is het maar uit de wetenschap dat jij niet de enige bent die worstelt met het bestaan.

Iets vrolijker klinkt hij in zijn ode aan zijn thuisstad, waarin hij de bijstand krijgt van enkele subtiele blazers. Zijn stem gaat de hoogte in zoals enkel Silberman dat kan en je wordt op sleeptouw genomen doorheen de stad om er uiteindelijk uit te moeten vluchten. Of in zijn woorden: “I had to flee, I had to back away / As the whole town barked / Like I never heard New York”.

Verwacht niet dat u meteen gaat verliefd worden op deze plaat. Dat was niet zo met het werk van The Antlers en dat geldt ook voor deze. Maar als je je laat bekruipen, als je de schoonheid hiervan geleidelijk aan laat doordringen, word je uiteindelijk verliefd op Silbermans ellende en vooral op hoe hij die zo mooi in muziek omzet.

 


22 maart
Patrick Van Gestel