Paal Flaata Come Tomorrow: The Songs Of Townes Van Zandt

Blue Mood Records
Come Tomorrow: The Songs Of Townes Van Zandt

Met 'Come Tomorrow: the songs of Townes Van Zandt' levert de Noor Paal Flaata het derde deel van een songcyclus af. Recent bewerkte hij ook het oeuvre van Chip Taylor (2012) en countryster Mickey Newbury (2014). Op dit album neemt hij het werk van de legendarische Townes Van Zandt onder handen. Voorwaar een ambitieus plan.

Met slechts tien songs legt Paal Flaata zich toe op een kleine selectie uit het oeuvre van Van Zandt, dat eind jaren zestig, begin jaren zeventig een creatieve piek kende. Uiteraard staan er een handvol classics op de tracklist (Flyin' Shoes, Rake, Kathleen), maar het siert de man dat hij duidelijk echt gaan zoeken is naar nummers die bij elkaar passen.

Daarnaast is ook al snel duidelijk dat Flaata er alles aan gedaan heeft om de nummers zo goed mogelijk in te kleden. Rune Brodahl bespeelt in opener Flyin' Shoes een Franse hoorn en op de eindtrack Snow Don't Fall duiken strijkers op.

Flyin' Shoes is bij Van Zandt een weerbarstig moment vol lifeweary blues, country en piano; bij Flaata duiken er meteen dramatische violen en een cello op. Daartegenover staat dat hij een song als Our Mother The Mountain met donkerte en dreiging onderbouwt. Tower Song benadert hij met veel eerbied, waarbij hij tracht het zich volledig eigen te maken en de song zelfs wat te rekken, maar de cover haalt helaas niet het niveau van het origineel.

Toch heeft Flaata zich al bij al goed in de songs ingewerkt. Als een nummer een wat trager tempo heeft (Rake), dan laat hij dat ook zo. Wel probeert hij soms kleine accentjes toe te voegen: hier wat pianoriedels; daar weer wat cello. Daar waar je violen en drama zou verwachten (Kathleen), presenteert de Noor net een veel kalere, gestripte versie. En als je fluitwerk zou verwachten (titeltrack Come Tomorrow - een duet met dochter Maia), blijft die afwezig.Quicksilver Daydreams Of Maria walst een eind weg en Where I Lead Me neigt in de versie van Flaata naar een mengeling van Beck en Cash, terwijl het origineel naar Dylan verwijst.

Het ontbreekt de plaat wat aan de directe zeggingskracht, die het werk van de immer zoekende eenzame loner Van Zandt heeft. Evenmin is er sprake van een zekere urgentie. Het blijft een aardige selectie, maar de songs klinken nergens alsof ze er noodgedwongen uit moeten; zoals dat bij Van Zandt zelf wel het geval was.

Bij Van Zandt denken we spontaan aan drank, drugs en ziekte. De versies, die Flaata brengt, ontberen soms die door het leven getekende rauwheid, wat haast volledig toe te schrijven is aan de zeemzoete stem die te zuiver is. Toch slaagt hij erin om terug naar de originelen te doen grijpen. Daar danken we hem alvast graag voor. 


6 maart
Philippe De Cleen