Ought - Sun Coming Down

Constellation Records

Amper een dik jaar na ‘More Than Any Other Day’, het debuut waarmee Ought zich in de kijker speelde, staat er alweer een erg goede opvolger te blinken. Kan Ought het grote succes van hun door pers en publiek erg gewaardeerde debuut aan? Het is een vraag die met de opvolger deels een antwoord kent. Op ‘Sun Coming Down’ (Constellation Records) laat het Canadese kwartet horen dat zij een van de in de gaten te houden namen zijn in het hedendaagse muzieklandschap. 

Sun Coming Down





Ze zijn alvast niet op hun lauweren gaan rusten, maar hebben hun authentieke, rusteloze energie wederom trachten weer te geven in een verse reeks okselfrisse songs. Songwriter/gitarist Tim (Beeler) Darcy, Ben Stidwordthy (bas), Matt Mays (toetsen) en Tim Keen (drums, viool) laten horen dat ze helemaal geen eendagsvlieg zijn. De withete energie en passionele intensiteit die hun optredens kenmerkt ,is nu ook op het nieuwe album terug te vinden. Dat nieuwe album werd naar goede gewoonte opgenomen in de getrouwe Hotel2Tango studio door Radwan Ghazi Moumneh.

Het nieuwe album bevestigt hun status als in de gaten te houden band, maar gaat tegelijk nog verder dan wat ze eerder al lieten horen. Was hun debuut nog een statement van jewelste tegen de neoliberale agenda, dan overtreft deze postpunkband dit met ‘Sun Coming Down’. De band klinkt zo verdomd eerlijk en oprecht en vooral ook zinderend woedend. Alleen al daarvoor verdient ze hulde.

Het eerste wat opvalt is de bijzondere hoes. Die toont een afbeelding van ‘Men Of No Art’ (een kleurrijke hoes met vage omtrekken van gezichten) van de Amerikaanse, in LA residerende kunstenaar Chyrum Lambert. Ought heeft het niet begrepen op de selfiecultuur en verkiest avontuurlijker paden. De band heeft daarentegen wel iets met DIY-ethiek, met grassroots bewegingen en ziet geen enkele scheiding tussen het politieke en het esthetische.

De sound klinkt erg rauw : productioneel is er dan ook gekozen voor zo weinig mogelijk opsmuk.Liever kort en krachtig dan lang en saai is het idee. De prettig hypnotiserende postpunk van Ought is very alive indeed en dat is op het album te horen. Een eerste illustratie vinden we bij opener Men For Miles, de stevige oplawaai waarmee de band nieuwe zieltjes voor zich zal winnen en elke criticus probleemloos de mond snoert.

Ought pletwalst alles en iedereen, zo blijkt. Passionate Turn, een The Nationalachtig rustpunt met weerhaakjes, zit verdomd knap in elkaar. Het tempo wordt danig de hoogte in gedreven op het woeste The Combo. Kant A wordt afgesloten met het bijzonder dreigende Sun’s Coming Down, een song die afkomstig zou kunnen zijn van een groep als pakweg Enablers.

Over naar kant twee. Het fraaie, wondermooie Beautiful Blue Sky is de perfecte track om een al heerlijk album richting hogere regionen te stuwen. Dat de band daarvoor net geen acht minuten de tijd neemt is geen enkel bezwaar. Een hoogtepunt in de ware zin van het woord. Celebration heeft dan weer de manische energie die Joy Division destijds in zich had. On The Line is een aardig wegrockend punkfeestje op zich. Een laatste teken van leven wordt gegeven met Never Better, waarmee de band alludeert op het feit dat zij op dit eigenste ogenblik de te overklassen band zijn.

Album nummer twee voor Ought is een ontdekking. De band blijft niet bij de pakken zitten, maar houdt de zaken graag fris. Dat het kwartet enorm veel invloeden opslorpt (Television, Wire, Talking Heads) is een ding, toch treedt ze naar voren met een eigen geluid. De band speelde recent nog op Pukkelpop een aardig concert, al hopen we stiekem dat er een concertorganisator was die voldoende bij de pinken was.

16 september 2015
Philippe De Cleen