Ojos De Brujo - Aocanà
Warner Bros Records
Niel Van Herck — 5 oktober 2009

De melancholie van de herfst klopt weer aan de deur. Tijd om weer lange uren door het raam te turen, zoekend naar een sprankel zonneschijn, terwijl al wat groen is langzaamaan bruin wordt. De kosmos bereidt zich voor op de komende winterslaap. Gelukkig verschijnen er af en toe nog albums die de herinneringen aan warme, verre oorden weer doen opflakkeren. De nieuwe van Ojos de Brujo is er zo één.
Hoewel de meeste mensen enkel de twee vorige albums kennen, zit de Catalaanse groep ondertussen toch al aan zes stuks. De laatste kreeg de naam 'Aocanà' mee, een afkorting van “Aocanà garlochi” ofte “Nu met het hart” in een zigeunerdialect. Verwacht je niet aan een immense stijlbreuk, maar aan een voortzetting van de lijn met hier en daar een kwinkslag. Zelf omschrijven de muzikanten van Ojos de Brujo hun muziek als mestizo, een mix van latin, reggae, hiphop en flamenco.
Na een eerste luisterbeurt lijkt het een klassiek album vol van die typisch Spaanse volksmuziek, maar als je de nummers wat langer laat bezinken, komen de nuances boven. Tantas Flores wordt ingeleid door een Arabische klaagzanger, op Una Verdad Incómoda wordt een aardig potje gerapt en hier en daar weerklinkt zelfs gescratch. De Cubaanse guestband Los Van Van vult aan met hun typische latinsound.
Het album begint wat moeilijk, met als dieptepunt het nogal goedkoop klinkende Dónde Te Has Medio, maar herpakt zich vanaf het vierde lied. Vooral de rustige en meer ingetogen nummers klinken voortreffelijk. De bombastische stukken, opgesmukt met vele trompetten en flamencogitaren, zijn niet slecht, maar gaan door hun zenuwachtige opbouw soms enerveren. Gelukkig komen de ballades altijd net op tijd om weerwerk te bieden.
De kracht van het album zit hem vooral in de diversiteit. Iedereen kan er wel zijn ding in vinden. De latin-freaks die hun woensdagavonden vullen met tango-lessen zullen de dansnummers zeker lusten, de huismussen die liever gezellig thuis in de zetel zitten met een goed boek en glas rode wijn krijgen dan weer hun zin met de rustige nummers en fans van de Spaanse taal en wereldmuziek kunnen genieten van de uitgebreide mengelmoes van stijlen en invloeden.
Het is geen topalbum, maar slecht is het zeker ook niet. “Aocanà” is leuk om af en toe eens een nummer uit te selecteren, naargelang de sfeer en stemming, maar niet te veel en niet te lang. Live zal het, gezien de reputatie van Ojos de Brujo, sowieso weer een schot in de roos zijn.
