Oh Wonder Ultralife

Island Records
Ultralife

From zero to hero, zo zou je de razendsnelle carrière van het Londense duo Oh Wonder kunnen omschrijven. In 2015 brachten ze samen zonder al te veel verwachtingen een eerste album uit, dat uiteindelijk transformeerde tot een ware internethit. Nu, twee jaar en een duizelingwekkend aantal shows later, pakken ze uit met numero twee: 'Ultralife'. Het tweede album is vergelijkbaar met de performance op Rock Werchter: verrassen doen ze niet, maar teleurstellen evenmin. 

Men beweert vaak dat het eerste album van een artiest veelal het beste is. Dit kunnen wij niet altijd beamen. Zo is Nirvana’s ‘Nevermind’ toch te verkiezen boven debuutalbum ‘Bleach’, en is Childish Gambino’s meest recente album ‘Awaken My Love’ met voorsprong zijn beste. Bij Oh Wonder klopt deze uitspraak dan weer wel. Waar de debuutplaat verrassend, vernieuwend en buitengewoon verwarmend was, is ‘Ultralife’ eerder koel en eentonig. Bovendien is de plaat vrij popgericht, alsof ze té hard hun best deden om radiohits te maken. Jammer, want er zit zonder twijfel meer in dit Britse duo.

Openen doen Josephine Vander Gucht en Anthony West met het dromerige, doch krachtige Solo, waarin ze uitweiden over het toch wel herkenbare gevoel van eenzaamheid in een drukbezochte ruimte. “I need to be solo / Freedom in the mono”, galmt meer dan eens door de speakers. Het nummer zelf is eenvoudig, bijna simplistisch, maar verliest op geen enkel moment aan kracht, zodat elke vorm van afdwalen buitenspel wordt gezet.

Ook het daaropvolgende Ultralife kan bekoren. Vooral de vrolijkheid en de brede waaier aan sounds karakteriseren dit nummer en toveren zonder moeite een glimlach op je gezicht. Op en top Oh Wonder, als u het ons vraagt.

Ook Lifetime begint zoals we verwachten, een vrolijk pianodeuntje, een warme synth en het vertrouwde duet, maar gaat dan opeens over op een hiphop-achtige beat, waarin Anthony zich zelfs waagt aan een stukje rap (als we het al rap mogen noemen) om vervolgens terug abrupt over te schakelen naar het vertrouwde refrein. Nog straffer: het nummer gaat over de klimaatverandering met lijnen als “Make way for the climophobes”, en “Two degrees you’re spilling seas”.

De levendigheid wordt nog voortgezet in High On Humans, waar elektronische hoorns krachtdadig loeien en domineren, en (na een intermezzo met het weinig speciale All About You) in Heavy, waar een ongelooflijk lekkere synth en een heerlijke jazzpiano de hoofdrol spelen. En niet te vergeten zijn die subtiele, onverwachte twists in de opbouw, die steeds weer verrassen en doen verlangen naar meer.

Bigger Than Love is misschien wel één van de meest teleurstellende nummers op het album; met eenzelfde stukje piano dat ononderbroken doorspeelt en wat liefdesgeneuzel erbovenop waren onze gedachten na nauwelijks een halve minuut helemaal afgedwaald. Ook Heart Strings doet het niet veel beter, al moeten we toegeven dat het langer uit te houden was dankzij het korte stukje saxofoon op het (bijna) instrumentale einde.

In Slip Away komt de meer intieme Oh Wonder dan weer tevoorschijn. Het ingetogen begin met de eenvoudige, maar snoezige tekst groeit langzaam maar zeker uit tot een krachtig nummer, hoewel de knusse sfeer toch behouden blijft. Crescendo op zijn best. Overgrown is ook Oh Wonder zoals we ze graag hebben. Warme synths en violen, goed uitgebalanceerde vocals en een openhartige beat zorgen voor een geheel waar je zowel op kan dansen als van kan genieten vanuit je stoel aan de haard.

Wat daarop volgt is een uiterst breekbaar nummer dat uit nauwelijks meer dan een piano en hemelse stemmen bestaat; een geheel dat uiteindelijk aanzwelt tot een prachtige soundscape van emotionele viool en piano. My Friends lijkt een sombere, maar intense ode aan de vrienden die ze hebben verwaarloosd tijdens het touren. Met zinnen als: “Oh my friends, I am heavy / Can I beat within your heart?”, smeken ze hen om te luisteren en vooral om te vergeven. Als u nogal emotioneel van aard bent, neemt u best al een doosje zakdoeken ter hand.

Het laatste nummer op de plaat, Waste, is dan weer eerder een slap afkooksel van het voorgaande. Alweer bouwt het nummer langzaam op tot een climax, maar verrast dan door abrupt te worden afgekapt met de uiterst fragiele stem van Vander Gucht. Over een abrupt einde gesproken.

Al bij al kunnen we stellen dat  de plaat vrij degelijk is. Oh Wonder doet wat er van hen werd verwacht, maar daar blijft het dan ook bij.

Oh Wonder is vandaag (18/8) nog te zien op de Main Stage van Pukkelpop. Op 12 december brengt het duo tevens een bezoek aan de Ancienne Belgique


18 augustus 2017
Jeroen Poelmans