Noa Moon Azurite

Pias Records
Azurite

Op 'Azurite', de opvolger van 'Let Them Talk', laat de zangeres met de felblauwe ogen, balancerend tussen licht en schaduw, een introspectiever getint popgeluid horen.

De nog jonge Brusselse songwriter Manon de Carvalho Coomans krijgt op het onder meer in La Frette, een oud landgoed niet ver van de Parijse Seine, opgenomen 'Azurite' versterking van Daniel Offerman (Girls In Hawaii) en Daniel Quere die beiden ideale compagnons vormden voor de tussen folk, rock en elektropop zwevende songs van Noa Moon.

In opener Kaleidoscope hoor je dromerige, veelkleurige pop waarin ze zowel twijfels uit ("This is not where I belong") als aangeeft dat identiteit een belangrijk issue blijft ("But now have I found who I am / my feet have touched the ground"). Maar het duurt niet lang voor ze het nummer versterkt met een batterij beats. Die vallen ook op in de springerige, uptempo opvolger Alive. Een vrolijk gestemd nummer, dat een zomerse, subtropische feel in zich heeft, maar dankzij het akoestische gitaargetokkel evengoed nostalgie verraadt.

Eén van de uithangborden van het nieuwe album is de frisse, radiovriendelijke popsingle Sparks die het zelfs tot op het Nowness-platform schopte, waar eerder ook Trixie Whitleys single debuteerde. Opvallend is de manier waarop de zangeres haar in wezen akoestische nummers (gitaar en vocals) verrijkt met hedendaagse elektronica in het verlengde van James Blake en The xx. Toch schrikt ze er evenmin voor terug om ook ruwere kanten te exploreren zoals te horen is in haar door Kevin Morby en Warpaint beïnvloede gitaarwerk.

Noa Moon is nog altijd zoekende. Naar de albumtitel verwijst ze als naar een spiegel die weerkaatst wat binnenin zit, maar tegelijk licht doorlaat. Dit doet vermoeden dat Noa Moon niet echt goed weet wat ze wil en niet kan kiezen tussen het licht en het donker.

De meer dansbare popnummers wisselt ze af met intiemer werk. Bij de ballad Found Me kan je je de opflikkerende aanstekers in de concertzaal zo voorstellen. Het zijn die nummers waarin de volwassenwording van Noa Moon zich het sterkst manifesteert en waarin haar stem het best gedijt.

Maar het duurt niet lang of de upbeat duikt met het lichtvoetige Call My Name weer op. En nummers als Ocean en Let It Shine klinken zo opgewekt dat het zelfs de meest onverbiddelijke zuurpruim een glimlach op het gezicht tovert.

De natuur is en blijft een inspiratiebron. Dat blijkt uit de akoestische fragiliteit die The Sea kenmerkt. Dat doet ook het sobere Just A Song. En met het korte, fragmentarische Le Reve, dat vaag naar Yann Tiersens Amélie Poulain verwijst en de gospel van My City biedt zij een blik op wat ze, mits de juiste ondersteuning, in haar mars heeft. Het zijn mooie passages in een door pop en elektronica beheerst album. 


6 juni 2017
Philippe De Cleen