Madeline Kenney Night Night At The First Landing

Company Records
Night Night At The First Landing

Is er nog plaats voor een volgende zangeres in het rijtje Mitski, Vagabon, Cherry Glazer, Frankie Cosmos, Angel Olsen en al die anderen?

Madeline Kenney lijkt het zich ook af te vragen en zichzelf moed in te spreken in de opener van debuutalbum ‘Night Night At The First Landing’: “Don’t forget / there’s room for you” zingt ze de etherische openingstrack waarin ook kinderstemmetjes en een dromerige Flying Horseman-gitaar om je aandacht bedelen. Wel, na herhaaldelijk beluisteren kunnen we haar geruststellen: bij ons heeft zij haar plaatsje veroverd.

Dat deed ze eerder al bij Chaz Bundick die je zeker wel kent als Tory Y Moi. Die stapte na een show gewoon op Kenney af met de vraag of hij haar album mocht producen. En zij, niet eens wetend wie hij was, ging stomweg akkoord. Ze zal het zich niet beklaagd hebben. Bundick slaagde erin om toch enige orde in de plaat  te krijgen. Geen evidentie, want Kenney laat zich niet vastpinnen op één of ander genre. Haar geest lijkt wel even rusteloos als haar verleden, want vooraleer zich te settlen in Oakland, verhuisde ze ontelbare keren en oefende ze de meest uiteenlopende beroepen uit. Ook de teksten lijken eerder verslagen van onsamenhangende dagdromen dan verhalen.

In songs als de opener, Witching Hour en This Way/ You’re Happy kiest Kenney vooral voor een dromerige, ijle aanpak, terwijl single Rita zeker in het refrein een rauwere kant heeft met schurende gitaar en schreeuwerige zang, maar nog vaker wisselt ze deze twee, ogenschijnlijk haaks op elkaar staande sounds met elkaar af. Dat levert een enorme dynamiek op en bloedmooie nummers als John In Irish, Always, en vooral Waitless, Big One, en Uncommon; de laatste drie niet toevallig songs nummer zeven en acht en negen op de plaat.

Een tekst als “My other car is your face / It drives me wild to see you out again / My other house is your mouth / I come inside and make myself at home”, (Big One) doen je glimlachen en de bijhorende gitaar brengt je naar hogere sferen. “And we like the sound”, zingt Kenney zelf ook en je hoofd knikt als vanzelf bevestigend. De plaat wordt tegen dan al bijna afgesloten, maar niet vooraleer je een beter zicht krijgt op de demonen waartegen Kenney moet vechten in Uncommon.

Het afsluitende Gip Up// On Anything is helaas een te overladen smeekbede om in schoonheid af te sluiten. Kenneys stem wordt in lagen opgestapeld terwijl ze steeds dezelfde tekst declameert. En de instrumentatie is eentonig als winterse mist. Maar we wijzen haar op basis van deze slotsong zeker niet af. Madeline Kenneys debuut houdt daarvoor te veel belofte in die we graag ingelost zien met een fantastische tweede.


21 december 2017
Marc Alenus