Kurt Vile - B'Lieve I'm Goin Down...

Matador Records

Zeven jaar nadat Kurt Vile zijn War On Drugs staakte en besloot om zijn eigen weg te gaan komt de Amerikaanse multi-instrumentalist al met zijn vijfde solowerk. Zijn vorige langspeler, ‘Wakin On A Pretty Daze’, werd door de vakpers unaniem op lof onthaald en belandde in zowat elk zichzelf respecterend eindejaarslijstje. Of het met ‘B'lieve I'm Goin Down...’ ook zo’n vaart zal lopen?

B'Lieve I'm Goin Down...





De vooruitgeschoven single Pretty Pimpin beloofde alvast veel goeds. Met een verslavend refrein en een heerlijk ritmische riff, waar Vile een patent op lijkt te hebben, bezong hij zijn existentiële minicrisis voor de spiegel. Het is meteen ook een catchy opener, uit hetzelfde hout gesneden als de titeltrack op zijn vorige langspeler.

Zelfreflectie en knagende muizenissen vormen de rode draad doorheen Viles werk, en ook ditmaal gooide de man ongegeneerd zijn autobiografie op partituur. Vile doolt nog steeds rond in zijn labyrint van onbestemde gedachten en levensinzichten en brengt met zijn bipolair gedwaal – soms gloomy, soms opgewekt – een ode aan de twijfel. Die vage schemerzone tussen blij en droefgeestig was altijd zijn geliefkoosde speeltuin. Met zwartgalligheid werd geflirt maar die grens is nooit echt overschreden. Tot nu. Het laagje cynisme waarin Kurt Vile zijn songs doorgaans dompelt kwam nog nooit zo prominent bovendrijven.

In het golvende I'm An Outlaw introduceert Vile een banjo; van nature een guitig instrument, maar vanaf het moment dat Vile zijn mond opentrekt, bekruipt je toch een gevoel van weemoed. Kurt Vile is één van de weinige singer-songwriters van de jongere generaties die de Bob Dylan-magie zo goed weet te vatten. Is het ‘s mans zwevend stemgeluid, dat over alles een melancholisch sausje giet, de tobberige lyrics of de manier waarop hij die brengt? Wellicht een combinatie van de drie, maar het pakt je bij je nekvel. Nummer twee weet zich alvast in het geheugen te nestelen.

That’s Life glijdt doorheen een sombere herfstdag, waarbij een dichtgepakt wolkendek alles in grijswaarden hult. De ene bittere overpeinzing volgt op de andere (“Ain't it oh-exciting, the way one can fake their way through life”). Heel even krijgen we heimwee naar de frismontere Kurt van Wakin On A Pretty Day; het lijkt erop dat hij alle zin voor optimisme verloren heeft.

In Stand Inside neemt die herfstmelancholie de vorm aan van een gemoedelijke liefdesverklaring, voorzien van een zacht strelende gitaar en enkele karige pianoakkoorden, en bovenal van een aangrijpende breekbaarheid. Dat Vile geen knuffelrocktype is dat via teddybeertjes, pralinehartjes en rozenboeketten zijn liefde kenbaar maakt wisten we, maar dit moet zowat de droevigste manier zijn om zo’n blijde boodschap over te brengen.



Vile blijft dan ook keurig de albumtoon aanhouden: gezapige levensfilosofie van een zwervende ziel die een midlifecrisis lijkt door te maken. Sip maar nooit deprimerend, verbitterd maar nooit moedeloos. De teksten zijn omhuld in warme gitaarlijnen en dito stem, als een fleecedeken waar je dieper onder kruipt naarmate de tearjerker op tv zijn emotionele ontknoping nadert.



Kidding Around en afsluiter Wild Imagination drijven op dezelfde stroom: gevoeliger, trager, intiemer dan de Kurt Vile die we tot nu toe kennen. Zijn vijfde kerft dieper maar is anderzijds minder kleurrijk en bevat – toegegeven – minder ijzersterke songs dan zijn voorgaande. Hoe dan ook is ‘B'lieve I'm Goin Down...’ een twaalfvoudige aanslag op het gemoed. En of u het nu wil of niet, Kurt Vile sleurt u mee zijn gezellige treurhut in. 

25 september 2015
Quentin Soenens