Kotebel Cosmology

Musea Records
Cosmology

Sinds het legendarische Triana heeft Spanje geen populaire progrockgroep meer gekend. En dat is onterecht, want bands als Galadriel en vooral deze Kotebel zetten het land stevig op de kaart. Meer zelfs, met dit zevende album ‘Cosmology’ trekt Kotebel alle registers open. Grootse ambities heeft men altijd gehad, maar nergens werden ze zo overtuigend waargemaakt als hier.

Nochtans was het geen sinecure om vorige langspeler ‘Concerto for Piano and Electric Ensemble’ te evenaren. Dat was een concerto in de klassieke zin, met het wedijveren tussen de instrumenten. Het bleek een mijlpaal in het oeuvre van de band; pianiste Adriana Plaza stond voor de uitdaging op te tornen tegen een heus rockensemble.

Op ‘Cosmology’ is men teruggekeerd naar de traditionele bezetting met dubbele keyboards; naast leider Carlos Plaza Vegas debuteert Adriana Plaza Engelke als componist. Dat klinkt correcter dan liedjesschrijver, want men blijft voltijds instrumentaal bezig en zonder frontman boeiende muziek schrijven, kom daar maar eens mee om tegenwoordig.

‘Cosmology’ betekent ook de terugkeer van virtuoos fluitist Omar Acosta, die zelf zijn solo’s schreef voor Geocentric Universe. Dat is het eerste deel van het vierluik Cosmology Suite, en soms neemt Acosta te veel hooi op zijn vork waardoor de muziek ter plaatse lijkt te trappelen. In Mechanical Universe zit de spanningsboog meteen goed om in het slotdeel Oneness uit te monden in een zinderende climax, met de signatuur van gitarist César García Forero.

Dit is trouwens het album van Forero, zoals hij ook uithaalt in opener Post Ignem, het ongrijpbare Mishima’s Dream en het aan schrijver Borges schatplichtige, magische A Bao A Qu. Een echte vreemde eend in de bijt is het geremasterde Dante’s Paradise Canto XXVIII dat oorspronkelijk geschreven was voor het Colossus-project ‘Paradiso’. Nooit leunde Kotebel met dit weerbarstige stuk dichter bij King Crimson aan.    


22 november 2017
Christoph Lintermans