Kendrick Lamar DAMN

Top Dawg Entertainment
DAMN

Vloeken, zoals in onze jeugdjaren uitvoerig gedoceerd, is niet slim noch volwassen. We kunnen een dozijn hiphop artiesten opnoemen die puike albums maakten, maar dankzij onnodig gevloek het niveau drastisch zakte. Kendrick Lamar bracht een album uit waarbij de vloek in hoofdletters staat: ‘DAMN’. Één woord dekt de hele lading.

Na ‘Good Kid, M.A.A.D City’, waarbij Kendrick Lamar zijn verleden uitvoerig uit de doeken deed, en ‘To Pimp A Butterfly’, dat aan elkaar hangt door experimentele jazz, soul en thema’s over politiek en depressie, krijgen we nu ‘DAMN’ voor de kiezen. Een album waar geen lijn in te trekken valt, of het moet deze zijn: Kendrick heeft een toegankelijk album gemaakt. Eentje dat records zal breken. Eentje dat nog meer nieuwe fans over de streep zal trekken, als dat nog mogelijk zou zijn. Eentje waar iedereen zich in kan vinden.

Want of je dit nu aangenaam vindt of niet; vooruitgeschoven single HUMBLE (weer in hoofdletters) wordt nu al op radiostations aller landen kapot gedraaid. De hype haalt het van het vakmanschap. ‘DAMN’ is niet experimenteel als zijn voorganger, ook niet vernieuwend en duidelijk minder ambitieus. ‘DAMN’ is synoniem voor: hevige bassen, rechttoe-rechtaan teksten en toegankelijke, besmettelijke refreinen. ‘DAMN’ verrast, maar doet dat niet op de manier die we verwachtten. Logisch, anders zou het geen verrassing zijn.

‘DAMN’ is vooral Kendrick Lamar die teruggrijpt naar de basis. Hij is een begenadigd rapper en dat bewijst hij ten volle in nummers als DNA en ELEMENT. Indrukwekkend is het haast, hoe hij dwars tegenin de hedendaagse Migos en Future flows gaat en rap opnieuw naar een hoger niveau tilt. Lamars flow en raps zijn een instrument op zich. Tijdens ELEMENT richt hij zich tot zijn concurrenten en zet hij zichzelf niet alleen in de top vijf van beste rappers, maar stoeft hij dat hij alle vijf plaatsen bezet. We vragen ons af wie daar in godsnaam iets tegenin kan brengen.

Maar de echte vijanden op ‘DAMN’ zijn zeker niet zijn collega rappers. Het is de media. Zie in dat verband het stukje tekst na opener BLOOD, waarbij Fox News zijn nummer Allright compleet uit zijn context haalt en marginaliseert op de openbare tv. ‘DAMN’ maakt nogmaals duidelijk wat Kendrick allemaal meegemaakt heeft in zijn leven, en wat een ongelofelijk toeval het is dat we dit allemaal überhaupt mogen aanhoren. “Shit that I’ve been through probably offend you.” Voor de Amerikaanse media is deze tekstregel niets anders dan de pijnlijke waarheid.

‘DAMN’ heeft veel weg van Kanye Wests ‘Graduation’: gericht op de mainstream, maar zonder zichzelf te verloochen. ‘DAMN’ doet ons ook heel erg denken aan ‘Ready To Die’, zeker wanneer de zin “pray for me” ettelijke keren door de ruimte weergalmt en het album begint en eindigt met een geweerschot waarbij “Kung-Fu Kenny” het leven laat.  En ‘DAMN’ is dus ook de terugkeer van de rapper Kendrick, niet de vernieuwer of ontdekker. Maar de meester zelf waar we bij momenten tijdens ‘To Pimp A Butterfly’ zo een heimwee naar hadden.

Topmoment op de plaat: XXX, de samenwerking met U2. Het nummer zelf slingert van 90’s vinyl-gescratch, naar een sfeervolle, ijle piano om dan de deur in te beuken met politiesirenes en een beat die gebouwd wordt op het geluid van een optrekkende motor. Maar vooral het feit dat Bono, de zelfverklaarde opperpaus, twee maal vijf seconden krijgt om zijn ding te doen, toont dat met Kendrick Lamar niet te sollen valt. Kendrick Lamar gebruikt Bono tijdens een nummer en gebruikt hem amper. Ook dat hebben er hem nog niet veel voorgedaan.

‘DAMN’ is rijk en gevarieerd, baadt in een mellow sfeertje, maar heeft toch de gave om de luisteraar bij momenten aan de oren te trekken. De teksten zijn typisch Kendrick: zelfreflecterend, eerlijk en constant terugkijkend op gebeurtenissen uit het verleden. Op ‘DAMN’ lijkt eerder het “wat als?-principe” de toon te voeren. Wat als zijn vader werd neergeschoten? Wat als hij zijn grenzen verliest in dit nieuwe leven aan de top van de popcultuur. ‘DAMN’ is het album van het lot. En ook het bewijs dat Kendrick Lamar maar een gewone mens is, met alle onzekerheden en twijfels die daarbij horen.

Toegeven: Kendrick Lamar kon geen ambitieuzer album maken dan ‘To Pimp A Butterfly’. Kendrick lijkt dit ook helemaal niet geprobeerd te hebben. In plaats maakte hij gewoon een moddervette rapplaat. Kendrick Lamar is nog steeds de beste rapper op deze planeet. Het is bijzonder fijn dat hij ons daar nog even aan herinnert.


18 april 2017
Joris Roobroeck