Kelly Lee Owens Kelly Lee Owens

Smalltown Supersound
Kelly Lee Owens

De wind waait over een verlaten voorjaarsstrand. De zon schijnt, maar de kille noordoostenwind heerst en blaast je fijne zandkorreltjes in blinkende slierten tegemoet. In je oren de etherische zang van Kelly Lee Owens. Perfect.

Ergens op deze pagina’s braken we onlangs een lans voor de Welshe Bryde. En kijk, met deze Kelly Lee Owens ontdekten we in weliswaar een ander genre nog een interessante artieste uit dat deel van het Verenigd Koninkrijk (al werken beiden vanuit Londen). Haar vorig jaar uitgebracht ep ‘Oleic’ ging nog aan ons voorbij in de nooit eindigende stroom aan releases, maar haar single Anxi. met de Noorse Jenny Hval was onontkoombaar.

Twee jaar geleden herwerkte Owens al eens de single Kingsize van Hval, maar al zijn beide even minimaal ingekleurd met koude elektro, toch mikt Anxi. minder op de dansvloer. Hval debiteert raadselachtige zinnen en Owens laat zware druppels uit haar elektrische bron vallen die aanvankelijk de tekst niet kunnen volgen. Wanneer Hval na twee minuten in stilzwijgen vervalt, vloeien die vette druppels alsnog samen in een koortsachtige danstrack waarop Pumarosa tot voor kort het patent leek te hebben.

In de facebookpost ter gelegenheid van het verschijnen van haar album drukte Owens haar gevoel van voldaanheid uit, nu ze eindelijk haar volwaardige debuut uit heeft. Dat ze duidelijk lang geschaafd heeft aan die plaat met heel veel oor voor detail, laat ze bescheiden achterwege. Dat wordt ook wel duidelijk van bij openers S.O en Arthur  (een ode aan de experimentele producer Arthur Russell) waarin Owens met goed afgewogen ingrediënten toch veel diepte verkrijgt. Al die ingrediënten zijn pure elektronica, van de zweverige synthlijnen over de borrelende percussie tot de samples van vallende muntjes en lentevogeltjes, maar nergens dreigt overdaad.

Grappig dat Owens oudste song Lucid en Evolution naast elkaar staan. “See the evolution?”, vraagt Owens ons in de tweede. En ja, die is er zeker. De eerste klinkt onschuldiger en warmer dan de tweede. Toch bewijst Lucid vooral dat het Owens al sinds 2014 weet hoe ze songs in elkaar moet puzzelen. Owens lijkt zich anno 2017 alleen iets vaker op de dansvloer te willen begeven. Dat bewijzen ook Throwing Lines en CBM, een track die ook al op ‘Oleic’ stond.

Maar… Owens zet je ook in songs, die op het eerste gehoor op het schab van de ambient lijken te horen, op je dansbeen. Bird bijvoorbeeld komt zachtjes binnenzweven, maar ontpopt zich dan tot een spannende clubtrack. Eigenlijk blijft alleen Keep Walking braafjes het tedere, zweverige pad trouw om uiteindelijk toch weer uit te komen bij het experimentele, epische en hypnotische slotnummer 8.

De achtentwintigjarige Owens blijkt op dit debuut een meer dan vaardige alchemiste die met haar op een gouden schaaltje afgewogen ingrediënten een meer dan spannende sound heeft gecreëerd. Benieuwd hoe dat live gaat klinken op 13 mei in de Botanique tijdens Les Nuits.


9 april 2017
Marc Alenus