Kapitan Korsakov - Well Hunger
Kinkystar Records
David Ardenois — 4 mei 2010

De Kapitan is bevallen van zijn eerste kindje en nee, het is niet lief of mooi. Integendeel, het is luid en ranzig, en dat blijkt ook uit het artwork: het hoesje is bedekt met dode vliegen, op het schijfje zelf prijken vleesrestanten. Wij zijn nu niet bepaald tere zieltjes, maar na wat ons hier voorgeschoteld werd, slikten we toch een pilletje om onze hartslag weer enigszins te kalmeren.
Diegenen die nog nooit van Kapitan Korsakov gehoord hebben: u kan dit trio vergelijken met een andere, helaas ter ziele gegane driemansformatie die luistert naar de naam McClusky. Concreet betekent dat een luide bas, snerpende gitaren en hoe meer distortion, hoe liever. De openingstrack When We Were Hookers is catchy en ranzig tegelijk: we like.
Zoals in de titel helemaal plat op de buik gaan is evenwel niet nodig, maar wat extra opnamebudget voor deze debuutplaat was toch geen overbodige luxe geweest. De gitaar kraakt en piept sowieso al, dus daarvoor hoeven jullie het niet te laten, jongens. Maar vooral de drums lijden eronder. Soms klinken de drumpartijen louter als een veredelde metronoom, en dat kan toch niet echt de bedoeling zijn.
De handclaps in de tweede track kunnen we dan weer wel smaken: vluggertje Sylvie mag nog eens terugkomen. En ook Sinksleeping valt in goede aarde. Het nummer heeft een bijzondere, boosaardige riff die zonder genade blijft doorstompen, terwijl de vocals iets meer melodie in het geheel brengen. Maar als die nogmaals herhaald zouden worden, zou het nummer meer blijven hangen. Nu wordt het nogal abrupt afgebroken, naar ons aanvoelen.
Wild Smile heeft een repetitieve riff en dito geschreeuw, compleet met stralingsgeluiden van een gsm erin, en is dus zeker niet het beste nummer van dit schijfje. Cozy Bleeders schijnt tot halverwege een rustpuntje op deze gewelddadige trip te zijn, maar het distortionpedaal beslist er anders over. Voorts houden we wel van dit repetitieve gedreun, met vocals die zweven op massa’s delay: très stoner!
Een nummer dat stevig doortrekt, zoals The Looder dat doet, kan ons zeker bekoren: wild schuimbekkend op een vieze vloer komt dit nummer het best tot zijn recht. Untitled is het laatste echte nummer, en het springt vooral uit de band omdat we enkel frontman Pieter-Paul en zijn akoestische gitaar horen. Een kleine oase van rust alvorens we de sonische woestijn van Sheep Dip moeten doorkruisen: een wijds uitgespannen fragment dat ruim over de 40 minuten gaat. We zouden liever enkele nummers uitgepuurd zien in plaats van zo’n grote lap noise, maar dat beslist de Kapitan nog altijd zelf.
‘Well Hunger’ is een eerlijke registratie van deze alternatieve noise-rockband, maar live is Kapitan Korsakov wél voorzien van een degelijk geluid. Een aanrader voor de muzikale durvers.
