Julie Byrne Not Even Happiness

Ba Da Bing
Not Even Happiness

"Volg mijn stem", fluisterzingt Julie Byrne op zachtfluwelen wijze vanachter de sluier die het wereldse van het hemelse scheidt. Wij als een schoothondje er achteraan.

De half-nomadische Julie Byrne zwierf zowat door heel de Verenigde Staten om zich uiteindelijk (voorlopig?) in New York te vestigen. In 2014 bracht de vrouwelijke bard al een eerste, zweverige debuutplaat ‘Rooms With Walls and Windows’ uit. Daarop vermengde ze traditionele, Amerikaanse folk met lichte toetsen psychedelica om zo een eigen mythische wereld te creëren die wat deed denken aan die van Vashti Bunyan die ook al van een zwervend bestaan hield.

‘Not Even Happiness’ klinkt, ondanks de grootstedelijke omgeving waarin Byrne zich momenteel onderdompelt, warm en bucolisch. Daar zit haar deeltijdse job als parkwachter in Central Park misschien voor iets tussen. Luisterend naar haar zachte getokkel, kan je je alleszins zo voorstellen dat ze in een wijde, biokatoenen jurk temidden van bosanemoontjes zit.

In opener Follow My Voice lijkt ze het originele perspectief in te nemen van een overledene die haar geliefde troostend toezingt van voorbij de grens van het leven. Met de song wil ze naar eigen zeggen haar geloof uitdrukken in de kracht van onbaatzuchtige liefde die alle angsten en begrenzingen overstijgt. Ons kan ze alvast troosten.

Ook Sleepwalker is een ode aan haar geliefde die er in slaagde haar ertoe te bewegen om haar zwervende bestaan op te geven; een leven dat haar ooit dierbaar was en dat ze bezingt in Melting Grid, een song die opvalt door de warme, arcadische fluittonen waarmee hij wordt ingeleid.

In Natural Blue uit ze een gevoel van dankbaarheid dat haar overviel in het midden van een lange tournee tijdens een feestje in een afgelegen huis. Ook hier weer verwijst Byrne veelvuldig naar de natuur. Passeerden hiervoor al rozen, dauw, dubbele regenbogen, kaneel, kevers en wolken, dan komen hier chicorei en sterren voorbij.   

In All The Land Glimmered Beneath lijkt de geest van Leonard Cohen in haar gevaren. Ze tokkelt de gitaar net zoals deze grootmeester op zijn vroege platen en haar stem klinkt al even warm terwijl haar poëzie de brug lijkt te slaan tussen het emotionele en het aardse, tussen droom en realisme. Want ook Byrne is maar een mens, al klinkt ze nog zo goddelijk. Haar diepe twijfels borrelen naar boven in de met zachte synths omzwachtelde afsluiter I Live Now Like A Singer.

Wij blazen de sintels nog eens rood, gooien er wat kreupelhout op en keren terug naar het begin van deze plaat. We zijn nog niet klaar om terug te keren naar de realiteit.


7 maart
Marc Alenus