Jane's Addiction - The Great Escape Artist

Capitol Records

Fabian Desmicht12 december 2011

The Great Escape Artist

Jane is hervallen. Sterker nog, Jane’s Addiction is helemaal terug. En niet met wat zomaar een single of wat losse concerten, wel met het heuse studioalbum ‘The Great Escape Artist’, de eerste Jane’s Addiction-plaat sinds 2003. ‘Nothing’s Shocking’ en ‘Ritual De Lo Habitual’ blijven op een eenzame hoogte en werpen een schaduw die ook ‘The Great Escape Artist’ grotendeels bedekt.


Ondanks het nogal turbulente relaas van vijfentwintig jaar Jane’s Addiction, is de line-up vrij constant gebleven, met de flamboyante Perry Farrell aan het roer, bijgestaan door gitarist Dave Navarro en drummer Stephen Perkins. Voor bassisten leek dan weer een draaideurbeleid van kracht te zijn. Originele bassist Eric Avery was er bij de reünie in 2008 voor het eerst sinds 1991 terug bij. Ondertussen ligt hij er weer uit en zijn Duff McKagan (Guns ‘n’ Roses) en David Sitek (TV On The Radio) aan zet geweest.

Dat Sitek - een van de drukst bezette agenda’s uit de rockbizz - geen zin zou hebben om zich permanent aan Jane’s Addiction te binden en mee te touren als bassist, was te verwachten. Oudgediende Chris Chaney neemt nu de honneurs waar. Sitek is echter de man van ‘The Great Escape Artist’: bas, gitaar, programming, keyboards, co-schrijfcredits voor zeven van de tien songs… het moge duidelijk zijn waarom Farrell Sitek aan boord haalde.
Een song als End To The Lies bevat bovendien passages die niet hadden misstaan op de laatste twee albums van TV On The Radio. Sporen van Jane’s Addictions bravoure zijn er ook. De sound is atmosferisch, bij momenten melodieus vrij sterk en avontuurlijk genoeg om criticasters die mikken op een makkelijke prooi een kurk in de loop te steken. In dat opzicht spreekt de cover boekdelen. Jane’s Addiction zoekt het mysterie van zijn vroege dagen weer op. Met ‘Strays’ zette de band vooral zijn status van voorbijgestreefd fenomeen in de verf.
Op songs als Underground en het pompende Words Right Our Of My Mound benadert de band de bevlogenheid van weleer. Navarro luistert Underground op met een oorsplijtende solo, terwijl hij op Words het subtielere riffwerk op zich neemt. Ergens daartussen valt Irresistible Force en zijn memorabele refrein. Farrell verwijst in dat nummer (“God is a dad”) trouwens rechtstreeks naar Had A Dad van ‘Nothing’s Shocking’ (“God is dead”). Fans appreciëren zo’n zin voor continuïteit.
En verder? Curiosity Kills is best genietbaar. I’ll Hit You Back neigt te veel naar generische ninetiesrock en buigt naar een refrein dat niet lang genoeg op de schrijftafel heeft gelegen. In Twisted Tales zien we in de achtergrond het nu-metalspook opduiken. Splash A Little Water On It en Broken People zijn twee powerballads, waarvan de ene ons al kouder laat dan de andere.
Een band laten wedijveren met zijn eigen meesterwerken is nooit een eerlijke opdracht. Maar ook al heeft ‘The Great Escape Artist’ enkele goeie - zij het nooit echt meeslepende - momenten toch vrezen we dat als de plaat ergens naar ontsnapt, dat het naar de meer verborgen laden van ons archief zal zijn. De band staat er, maar de geest is terug in de fles gekropen.
← Terug naar overzicht