James - Hey Ma

Mercury

Kevin Vergauwen17 maart 2011

Hey Ma

Bij zomerse taferelen hoort een zomerse plaat met af en toe een scherp randje aan. Al na de eerste luisterbeurt wisten we dat  ‘Hey Ma’ van James onze zomersoundtrack zou worden. Meteen kregen we zin in een avondje terrassen. Zo’n nachtje dat steevast uitmondt in een wilde braspartij. Waar zogenaamde banden voor het leven gesmeed worden, maar waarvan je je de dag daarna nog maar bitterweinig kan herinneren. En dat is dan meteen het enige wat ‘Hey Ma’ niet gemeen heeft met dergelijke orgie. Wij zullen ons deze plaat zeker en vast nog herinneren wanneer straks de eindejaarslijstjes moeten opgemaakt worden.


Waarvan u James moet kennen? Wij frissen snel even uw geheugen op. Begin jaren tachtig richt Tim Booth in Manchester een bandje op. Enig handelsmerk: frisse, alternatieve gitaarmuziek dat het midden laat tussen The Smiths (waarvan ze meermaals het voorprogramma spelen) en The Stone Roses. In Engeland bereiken de heren langzaam maar zeker een heldenstatus wanneer het populaire deuntje Sit Down wordt uitgebracht. Van de kleine clubs wordt er verhuisd naar de grote Engelse concertzalen en arena’s. Een wereldwijde doorbraak dringt zich op, al komt die er om onbegrijpelijke redenen nooit.

Teleurgesteld in alles en iedereen ruilt Booth in 2001 de gitaar voor de schrijvers- en acteursstoel. Niet voor heel lang, zo blijkt. In 2004 brengt hij onder eigen naam het bevallige ‘Bone’ op de markt. Toch ontbreekt er iets existentieel. Wanneer er in 2006 tijdens een eenmalige jam met bassist Jim Glennie en gitarist Larry Gott prompt enkele nieuwe songs ontstaan, slaat de vlam terug over. De eerste steenlegging voor ‘Hey Ma’ is een feit. Wat volgt is een obligatoire ‘Best Of’ plaat, een stomende come-back tournee in eigen land en nu dus ook een volledig nieuw album.
Alsof de band nooit is weggeweest, opent het dromerige Bubbles het elfkoppig schijfje. Een intens zweverig gitaarriedeltje over een warme pianopartij, aangevuld met Booths begeesterde stem. “Someone to draw you right, someone to catch the light, I’m alive…”, een verrijzenis die kan tellen. Het blijft echter niet bij zoetgevooisde melancholische songs over de liefde en aanverwanten. “Hey ma the boys in body bags, coming home in pieces…” klinkt het even later in de titelsong. Gedreven en geëngageerd in al zijn facetten heeft ook deze bende nu officieel zijn eigen “anti-war anthem”.
Wat volgt is een aaneenschakeling van hoogtepunten. Bombastisch en op maat gesneden voor de grote stadions weerklinken prachtsongs als Waterfall, 79, Boom Boom en single Whiteboy. Intense schoonheid vinden we dan weer terug bij Semaphore, Upside (dat ons om de één of andere reden doet denken aan JJ72) en hekkensluiter I Wanna Go Home (met een eervolle vermelding voor de diep kervende cello).
Vergeet Coldplay, vergeet Snow Patrol. Vote James, u zal het zich niet beklagen! Maar dat had u natuurlijk al lang begrepen.
← Terug naar overzicht